S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

Tabellen EU-SILC 2004


Tabel 1a-2004: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar geslacht, BelgiŽ, gewesten en EU-25, 2004 (inkomen 2003)

 

BelgiŽ

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-25

Vrouwen 15,8 27,7 12,2 18,7 17
Mannen 13,9 26,3 10,3 16,8 15
Totaal 14,8 27 11,3 17,7 16

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar.
b
ron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 34-35
 

Tabel 1b-2004: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar leeftijd en geslacht, BelgiŽ en gewesten, 2004 (inkomen 2003)

  BelgiŽ     Vlaams Gewest*

Waals Gewest*

  Totaal Man Vrouw    
Totaal 15 14 16 11 18

0-15

17 - - 12 21

16-24

16 15 17 10 20

25-49

12 11 12 7 16

50-64

13 11 15 11 13

65 en +

21 20 21 20 23
16+ 14 13 15 - -

Opmerking: de cijfers zijn afgerond
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
       
b
ron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 35 en *Administratie Planning en Statistiek: cijfers welzijn en kansarmoede



Tabel 1
c-2004:
Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar leeftijd en geslacht, EU-25, 2004 (inkomen 2003)

 

EU-25

  Totaal Man Vrouw

0-15

20 - -

16-24

21 19 22

25-49

14 13 15

50-64

13 13 13

65 en +

18 15 20
0-64 16 16 17
16+ 16 14 17
16-64 15 14 16

Last update: Tue Mar 14 09:54:26 MET 2006
bron: Eurostat
datasets (schattingen)
 


Tabel 1
d-2004:
Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, BelgiŽ en gewesten, 2004 (inkomen 2003)

BelgiŽ Vlaams Gewest

Waals Gewest

Totaal Man Vrouw Totaal Totaal
werkend 4 5 4 3 5
werknemer 3 2 3
werkloos 28 29 27 18 34
niet werkend 23 23 24
zelfstandige 19 17 20
gepensioneerd 18 19 17 18 19
andere inactief 26 25 27 20 32

Opmerking: de cijfers zijn afgerond
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
b
ron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 36-38

 

Tabel 1e-2004: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, EU-25, 2004 (inkomen 2003)

 

EU-25

  Totaal Man Vrouw
werkend 8 8 8
niet werkend 23 22 24
zelfstandig 24 24 26
werkloos 40 46 35
gepensioneerd 16 15 16
andere niet-actief 26 25 26

* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
Last update: Fri Dec 23 15:19:19 MET 2005
b
ron: Eurostat: datasets
 


Tabel 1f-2004: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar werkintensiteit en wonend in huishouden met of zonder kinderen, BelgiŽ en gewesten, en EU-25, 2004 (inkomen 2003)

  EU-25* BelgiŽ Vlaams Gewest**

Waals Gewest**

  zonder afh. kinderen met afh. kinderen zonder afh. kinderen met afh. kinderen zonder afh. kinderen met afh. kinderen zonder afh. kinderen met afh. kinderen
werkintensiteit 0 32 68 30 70 25 62 34 76
werkintensiteit tussen 0-1 12 - 7 - 6 - 6 -
werkintensiteit tussen 0-0,5 - 44 - 28 - - - -
werkintensiteit tussen 0,5-1 - 17 - 14 - 15 - 11
werkintensiteit 1 5 7 3 4 2 3 4 4

Werkintensiteit: niet (0), tussen niet en volledig (tussen 0 en 0,5 of 0,5 en 1), volledig (1)
Opmerking: de cijfers zijn afgerond
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 43, *Eurostat: datasets en **Administratie Planning en Statistiek: cijfers welzijn en kansarmoede




Tabel 1g
-2004:
Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar huishoudtype*, BelgiŽ en gewesten, 2004 (inkomen 2003)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

1persoonshuish. totaal 21 16 25
1persoonshuish. man 18
1persoonshuish. vrouw 23

1persoonshuish. -65 jaar

19
1persoonshuish. man -65 jaar 18 12 21
1persoonshuish. vrouw -65 jaar 21 13 30

1persoonshuish. 65 +

23
1persoonshuish. man 65 + 18 15 21
1persoonshuish. vrouw 65 + 25 24 27

2 volwass. geen afh. kind. (min 1 65+)

20 20 21

2 volwass. geen afh. kind. (beide Ė65)

11 9 13

Andere huish. geen afh. kinderen

5 3 6
Andere huish. met kind 17 14 13

1oudergezin met afh. kinderen

36 28 42

2 volwass. 1 afh. kind

10 6 14

2 volwass. 2 afh. kinderen

9 7 12

2 volwass. 3 of meer afh. kinderen

18 13 18
3 of meer volwassenen 5    

Alle huishoudens met afh. kinderen

15 11 18
Alle huishoudens zonder afh. kinderen 14

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
Opmerking:
de cijfers zijn afgerond
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
b
ron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 39 en Administratie Planning en Statistiek: cijfers welzijn en kansarmoede

 

Tabel 1h-2004: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar huishoudtype*, EU-25, 2004 (inkomen 2003)

 

EU-25

1persoonshuish. totaal 25
1persoonshuish. man 21
1persoonshuish. vrouw 28

1persoonshuish. -65 jaar

22

1persoonshuish. 65 +

28

2 volwass. geen afh. kind. (min 1 65+)

15

2 volwass. geen afh. kind. (beide Ė65)

10

1oudergezin met afh. kinderen

34

2 volwass. 1 afh. kind

13

2 volwass. 2 afh. kinderen

14

2 volwass. 3 of meer afh. kinderen

26
3 of meer volwassenen 10
Alle huishoudens met afh. kinderen 18
Alle huishoudens zonder afh. kinderen 15

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
bron:
Eurostat: datasets
 


Tabel
1
i-2004: Armoederisicopercentage  (<60% van het mediaan inkomen) naar opleidingsniveau (bevolking 16+), BelgiŽ, 2004 (inkomen 2003)

lage opleiding gemiddelde opleiding hoge opleiding totaal
22,5 13,4 6,7 14,9

bron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 44

 

Tabel 1j-2004: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar eigenaar/huurder status, BelgiŽ en gewesten en EU-25, 2004 (inkomen 2003)

BelgiŽ

Vlaams Gewest Waals Gewest

EU-25

Eigenaar

10,7 9,3 12,6 13

Huurder

26,7 18,1 32,9 25

Totaal

14,9 11,3 17,7 16

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron: EU-SILC 2004 - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie + Eurostat zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 41

 

Tabel 1k-2004: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) vůůr alle soc. overdrachten, na pensioenen en na alle soc. overdrachten, BelgiŽ, EU-25, 2004 (inkomen 2003)

  BelgiŽ Vlaams Gewest* Waals Gewest* EU-25**
  Totaal man vrouw Totaal Totaal Totaal     Man Vrouw

vůůr alle soc. overdrachten

42 40 45     42    

na pensioenen

28 27 28 23 32 26 23 26

na alle soc. overdrachten

15 14 16     16    

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron:
FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2006), Persbericht EU-SILC 2004, *EU-SILC +  Eurostat zoals opgenomen in Administratie Planning en Statistiek: cijfers welzijn en kansarmoede en **Eurostat: datasets

 

Tabel 1l-2004: Niet-monetaire indicatoren voor personen uit huishoudens onder en boven de armoedegrens, in %, BelgiŽ, 2004.

Niet-monetaire indicatoren Totaal Onder de armoedegrens Boven de armoedegrens
Moeilijkheden om de eindjes aan elkaar te
knopen (moeilijk tot zeer moeilijk)
18,1%  43,1% 13,8%
Niet in de mogelijkheid om 1 maal per maand vrienden uit te nodigen 12%  26,5% 9,4%
Niet in de mogelijkheid om jaarlijks 1 week met vakantie te gaan  28,7% 56,2% 23,9%
Niet in de mogelijkheid om om de 2 dagen vlees/vis of vegetarisch alternatief
te eten
4,2% 11,7% 2,9%
Niet in de mogelijkheid om onverwachte
uitgave van 50
Ä binnen de week op te
vangen 
28,5% 56,8% 23,5%
Geen middelen om over telefoon/gsm te
beschikken
0,6%  2,1% 0,4%
Geen middelen om TV te hebben   0,6% 1,9% 0,4%
Geen middelen over PC te beschikken   8,9% 22,6% 6,5%
Geen middelen om wasmachine te
hebben 
2,2% 7,5% 1,3%
Geen middelen om over een auto te
beschikken
 
7,4% 24,5% 4,4%
Geen basiscomfort in de woning (geen bad/douche of toilet of warm water)   2,9% 6,2% 2,3%
Woning niet voldoende verwarmen wegens financiŽle problemen  6,4% 10,3% 5,7%
Weinig ruimte (minder dan 1 kamer/persoon) 5,4% 13,1% 4,1%
Woning is somber, donker  11,5% 15% 10,9%
Woont in buurt met veel lawaai   25% 29,9% 24,1%
Woont in buurt met veel pollutie   16,6% 19,2% 16,2%
Woont in buurt met veel geweld  19,6% 20% 19,5%
Participeert niet aan sociale, recreatieve
activiteiten buitenshuis 
62,1% 76,2% 59,7%

bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2006), Persbericht EU-SILC 2004


Laatste aanpassing: 18/02/08