S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

Tabellen EU-SILC 2005


Tabel 1a-2005: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar geslacht, BelgiŽ, gewesten en EU-25, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest*

EU-25*

Vrouwen

15,5

11,3

18,7

 

17

Mannen

14

10,2

16,2

 

15

Totaal

14,7

10,7

17,5

30

16

* afgeronde cijfers
Opmerking:
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar.
b
ron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005


 

Tabel 1b-2005: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar leeftijd en geslacht, BelgiŽ en gewesten, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

 

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

14,7

14

15,5

10,7

10,2

11,3

17,5

16,2

18,7

0-15

18,6

19,1

18,1

11,7

-

-

21,8

-

-

16-24

17,3

16,7

17,9

11,7

-

-

20,3

-

-

25-49

11,4

10,8

12,1

6,3

-

-

15,9

-

-

50-64

10,7

9,5

12

9,2

-

-

10,8

-

-

65 en +

20,6

19,2

21,5

20,4

-

-

21,3

-

-

16+

13,8

12,7

14,9

-

-

-

-

-

-

0-64

13,7

13,2

14,2

-

-

-

-

-

-

16-64

12,2

11,4

13

-

-

-

-

-

-

Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.        
b
ron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005



Tabel 1
c-2005:
Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar leeftijd en geslacht, EU-25 en BelgiŽ, SILC 2005 (inkomen 2004)

EU-25*

BelgiŽ*

Totaal

Man

Vrouw

0-15

-

-

-

19

0-18

19

-

-

19

16-24

-

-

-

17

18-24

18

17

20

16

25-49

11

25-54

14

13

14

11

50-64

-

-

-

11

55-64

14

14

14

12

65 en +

19

16

21

21

0-64

15

15

16

14

16+

-

-

-

14

18+

15

14

16

14

16-64

-

-

-

12

18-64

14

14

15

12

* afgeronde cijfers
bron: Eurostat datasets


 

Tabel 1d-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, BelgiŽ en gewesten, SILC 2005 (inkomen 2004)

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

werkend

3,9

4,5

3,1

3

3,3

2,7

4,2

5,2

3

werkloos

30,7

29,9

31,6

19,2

-

-

35,8

-

-

gepensioneerd

18,4

18,9

18,1

18,2

-

-

19,2

-

-

andere inactief

24,6

24

24,9

18

-

-

28,8

-

-

niet werkend

23,2

23,1

23,3

18,2

18,3

18,2

26,7

26,6

26,8

Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
b
ron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005

 

Tabel 1e-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, EU-25 en BelgiŽ, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

EU-25**

BelgiŽ**

 

Totaal

Man

Vrouw

 

werkend

8

9

7

4

niet werkend

23

22

23

23

werkloos

39

44

36

31

gepensioneerd

16

15

17

19

andere niet-actief

25

25

26

25

* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
** afgeronde cijfers
b
ron: Eurostat


 

Tabel 1f-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar werkintensiteit en wonend in huishouden met of zonder kinderen, BelgiŽ en gewesten, en EU-25, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

EU-25*

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

 

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

werkintensiteit 0

29

64

24,2

77,5

18,9

69,7

26,8

78,8

werkintensiteit tussen 0-1

11

-

6,6

-

5,1

-

6,7

-

werkintensiteit tussen 0-0,5

-

39

-

35,3

-

31

-

41,4

werkintensiteit tussen 0,5-1

-

18

-

15,5

-

10,9

-

18,9

werkintensiteit 1

5

7

2,4

2,9

1,9

2,8

2,2

2,8

Werkintensiteit: niet (0), tussen niet en volledig (tussen 0 en 0,5 of 0,5 en 1), volledig (1)
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005 en Eurostat: datasets



 

Tabel 1g-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar huishoudtype*, BelgiŽ en gewesten, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

1persoonshuish. totaal

21,2

18,5

23

1persoonshuish. man -65 jaar

17,3

12

19,6

1persoonshuish. vrouw -65 jaar

19,1

15,4

21,1

1persoonshuish. man 65 en +

25,4

24

29,9

1persoonshuish. vrouw 65 en +

26,9

26,8

27,1

2 volwass. geen afh. kind. (min 1 65+)

16,6

17,9

14,9

2 volwass. geen afh. kind. (beide Ė65)

8,1

5,9

9,7

Andere huish. geen afh. kinderen

4,5

2,7

8,8

Alle huishoudens zonder afh. kinderen

13,3

11,3

15

1oudergezin met afh. kinderen

35,1

22,2

42,7

2 volwass. 1 afh. kind

9,3

5

15,4

2 volwass. 2 afh. kinderen

9,8

5,7

15,6

2 volwass. 3 of meer afh. kinderen

20,1

17,8

15,5

Andere huish. met kind

17,8

10,3

18,5

Alle huishoudens met afh. kinderen

16,2

10,4

19,7

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
b
ron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005

 

Tabel 1h-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar huishoudtype*, EU-25, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

EU-25**

1persoonshuish. totaal

25

1persoonshuish. man

23

1persoonshuish. vrouw

27

1persoonshuish. -65 jaar

23

1persoonshuish. 65 +

28

2 volwass. geen afh. kind. (min 1 65+)

16

2 volwass. geen afh. kind. (beide Ė65)

10

1oudergezin met afh. kinderen

33

2 volwass. 1 afh. kind

12

2 volwass. 2 afh. kinderen

14

2 volwass. 3 of meer afh. kinderen

26

3 of meer volwassenen

8

Alle huishoudens met afh. kinderen

17

Alle huishoudens zonder afh. kinderen

16

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
** afgeronde cijfers
bron:
Eurostat: datasets
 


Tabel 1i-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar eigenaar/huurder status, BelgiŽ en gewesten en EU-25, SILC 2005 (inkomen 2004)

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-25*

Eigenaar of zonder huur

9,7

8,2

11

13

Huurder

29,3

19,6

37,8

25

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005 en Eurostat: datasets

 

Tabel 1j-2005: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) vůůr alle soc. overdrachten, na pensioenen en na alle soc. overdrachten, BelgiŽ, EU-25, SILC 2005 (inkomen 2004)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-25*

 

Totaal

man

vrouw

Totaal

man

vrouw

Totaal

man

vrouw

Totaal    

Man

Vrouw

vůůr alle soc. overdrachten

41,8

38,7

44,7

37,7

35,1

40,2

44,9

41,2

48,4

-

-

-

na pensioenen

27,8

26,9

28,7

23,1

22,3

23,8

31,4

30,2

32,5

26

25

27

na alle soc. overdrachten

14,7

14

15,5

10,7

10,2

11,3

17,5

16,2

18,7

16

15

17

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron:
FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005 en Eurostat: datasets

 

Tabel 1k-2005: Niet-monetaire indicatoren voor personen uit huishoudens onder en boven de armoedegrens, in %, BelgiŽ, 2005.

Niet-monetaire indicatoren

Totaal

Onder de armoedegrens

Boven de armoedegrens

Moeilijkheden om de eindjes aan elkaar te
knopen (moeilijk tot zeer moeilijk)

17,1% 

48,3%

11,7%

Niet in de mogelijkheid om 1 maal per maand vrienden uit te nodigen

11,3

32,4%

7,6%

Niet in de mogelijkheid om jaarlijks 1 week met vakantie te gaan 

26,5%

63%

20,1%

Niet in de mogelijkheid om om de 2 dagen vlees te eten

3,8%

11,1%

2,6%

Niet in de mogelijkheid om onverwachte
financiŽle uitgaven op te vangen 

17,5%

50,7%

11,8%

Geen basiscomfort in de woning (geen bad/douche of toilet of warm water)  

2,7%

6,7%

2%

Woning niet voldoende kunnen verwarmen

14%

30%

11,3%

Weinig ruimte (minder dan 1 kamer/persoon)

5,5%

16,8%

3,6%

lekkend dak, schimmel of vocht in muren/vloeren/fundering, of rottende ramen of vloeren

15,1%

26,2%

13,1%

slechte of zeer slechte gezondheid

8,2%

15,3%

7%

vanwege gezondheidsproblemen gehinderd in activiteiten

8,7%

14,8%

7,7%

Participeert niet aan sociale, recreatieve
activiteiten buitenshuis 

62,7%

80%

59,9%

bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2005


Laatste aanpassing: 01/07/09