S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

 

Feiten en cijfers

Tabellen EU-SILC 2006


Tabel 1a-2006: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar geslacht, BelgiŽ, gewesten en EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

EU-25*

Vrouwen

15,6

12,3

17,7

 

17

Mannen

13,7

10,5

16,2

 

15

Totaal

14,7

11,4

17,1

25,9

16

* afgeronde cijfers
Opmerking:
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar.
b
ron: NAPincl 2008-2010: indicatoren


 

Tabel 1b-2006: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar leeftijd en geslacht, BelgiŽ en gewesten, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

14,7

15,6

13,7

11,4

12,3

10,5

17,1

17,9

16,2

0-15

15,0

14,5

15,1

9,8

 

 

18,6

 

 

16-24

16,5

16,8

16,2

11,4

19,8

25-49

10,8

11,5

10,1

6,7

 

 

14,4

 

 

50-64

13,4

14,5

12,3

11,6

 

 

14,3

 

 

65 en +

23,2

25

20,8

23,1

 

 

22,4

 

 

16+

14,6

15,9

13,3

 

 

 

 

 

 

0-64

13

13,5

12,5

 

 

 

 

 

 

16-64

12,5

13,2

11,8

8,9

 

 

15,3

 

 

Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.        
b
ron: NAPincl 2008-2010: indicatoren



Tabel 1
c-2006:
Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan nationaal equivalent inkomen) naar leeftijd en geslacht, EU-25 en BelgiŽ, SILC 2006 (inkomen 2005)

EU-25*

BelgiŽ*

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

0-15

19

19

19

15

0-18

19

19

19

15

16-24

20

21

19

16

18-24

20

21

18

16

25-49

14

14

13

11

25-54

14

14

13

11

50-64

13

14

13

13

55-64

13

14

13

14

65 en +

19

21

16

23

0-64

16

16

15

13

16+

16

16

15

15

18+

15

16

14

15

16-64

15

15

14

13

18-64

15

15

14

12

* afgeronde cijfers
bron: Eurostat


 

Tabel 1d-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, BelgiŽ en gewesten, SILC 2006 (inkomen 2005)

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

werkend

4,2

3,7

4,5

3,8

3,1

4,3

4,1

4,6

3,8

niet werkend:
totaal
24,3 24,3 24,4 20,1 20,9 18,9 27 25,7 28,6

niet werkend:
werkloos

31,2

30,1

32,4

22,4

36,4

niet werkend:
gepensioneerd

20,3

20,8

19,8

20,2

19,5

niet werkend:
ander

25,3

18,8

31,5

Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand
e kalenderjaar.
b
ron: NAPincl 2008-2010: indicatoren


 

Tabel 1e-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, EU-25 en BelgiŽ, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

EU-25**

BelgiŽ**

 

Totaal

Vrouw

Man

 

werkend

8

7

8

4

niet werkend:
totaal

23

23

23

24

niet werkend:
werkloos

41

36

46

31

gepensioneerd

16

17

15

20

andere niet-actief

26

26

25

25

* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaande kalenderjaar.
** afgeronde cijfers
b
ron: Eurostat


 

Tabel 1f-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar werkintensiteit en wonend in huishouden met of zonder kinderen, BelgiŽ en gewesten, en EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

EU-25*

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

 

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

zonder afh. kinderen

met afh. kinderen

werkintensiteit 0

30

62

33,3

72

25,6

70,7

35,7

67,6

werkintensiteit tussen 0-1

10

22

8,1

13*

7,6

 

7,4

 

werkintensiteit tussen 0-0,5

21

42

18*

34,2

 

27,6

 

37,1

werkintensiteit tussen 0,5-1

7

18

5*

8,6

 

7,5

 

9,1

werkintensiteit 1

5

7

2,2

3,5

2,1

3

1,2

4,8

Werkintensiteit: niet (0), tussen niet en volledig (tussen 0 en 0,5 of 0,5 en 1), volledig (1)
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron: NAPincl 2008-2010: indicatoren en Eurostat

 

Tabel 1g-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar huishoudtype*, BelgiŽ en gewesten, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

1persoonshuish. totaal

23,7

20,3

25,2

1persoonshuish. man -65 jaar

17,8

9,4

24,3

1persoonshuish. vrouw -65 jaar

26,4

22,4

27,8

1persoonshuish. man 65 en +

20,8

19,8

18,3

1persoonshuish. vrouw 65 en +

29,5

30,9

26,2

2 volwass. geen afh. kind. (min 1 65+)

21,2

22,2

19,6

2 volwass. geen afh. kind. (beide Ė65)

9,8

8,2

9,8

Andere huish. geen afh. kinderen

8,5

6,4

12,7

Alle huishoudens zonder afh. kinderen

16,1

14,0

17,3

1oudergezin met afh. kinderen

32,5

23,9

41,3

2 volwass. 1 afh. kind

8,9

4,9

12,6

2 volwass. 2 afh. kinderen

7,6

5,1

10,2

2 volwass. 3 of meer afh. kinderen

14,4

10,4

14,8

Andere huish. met kind

14,6

11,2

15,2

Alle huishoudens met afh. kinderen

13,2

8,6

16,9

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
b
ron: NAPincl 2008-2010: indicatoren


 

Tabel 1h-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar huishoudtype*, EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

EU-25**

1persoonshuish. totaal

24

1persoonshuish. man

22

1persoonshuish. vrouw

25

1persoonshuish. -65 jaar

22

1persoonshuish. 65 +

26

2 volwass. geen afh. kind. (min 1 65+)

16

2 volwass. geen afh. kind. (beide Ė65)

10

1oudergezin met afh. kinderen

32

2 volwass. 1 afh. kind

12

2 volwass. 2 afh. kinderen

14

2 volwass. 3 of meer afh. kinderen

24

3 of meer volwassenen

10

Alle huishoudens met afh. kinderen

17

Alle huishoudens zonder afh. kinderen

15

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
** afgeronde cijfers
bron:
Eurostat
 


Tabel
1
i-2006: Armoederisicopercentage  (<60% van het mediaan inkomen) naar opleidingsniveau (bevolking 18+), BelgiŽ en EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

EU-25*

BelgiŽ

Totaal Vrouw Man Totaal Vrouw* Man*
lage opleiding

22

23 21

22,3

24 20
gemiddelde opleiding 13 13 12

12,6

13 11
hoge opleiding 7 7 6 6,5 6 6

afgeronde cijfers
bron:
NAPincl 2008-2010: indicatoren en Eurostat

 


Tabel 1j-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar eigenaar/huurder status, BelgiŽ en gewesten en EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-25*

Eigenaar of zonder huur

10,2

9,1

11,6

14

Huurder

28,4

20,6

34,5

23

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron:  NAPincl 2008-2010: indicatoren en Eurostat

 


Tabel 1k-2006: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) vůůr alle soc. overdrachten, na pensioenen en na alle soc. overdrachten, BelgiŽ, EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-25*

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal    

Vrouw

Man

vůůr alle soc. overdrachten

40,9

43,7

38,0

36,5

39,0

33,9

45,9

48,8

42,8

43

46

40

na pensioenen

26,8

27,8

25,7

21,6

22,7

20,6

31,8

32,7

30,9

26

27

25

na alle soc. overdrachten

14,7

15,6

13,7

11,4

12,4

10,5

17

17,8

16,2

16

17

15

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron: 
NAPincl 2008-2010: indicatoren en Eurostat

 


Tabel 1l-2006:
Niet-monetaire indicatoren voor personen uit huishoudens onder en boven de armoedegrens, in %, BelgiŽ, 2006.

Niet-monetaire indicatoren

Totaal

Onder de armoedegrens

Boven de armoedegrens

weinig ruimte (minder dan 1 kamer/persoon)

4,9% 

11,5%

3,7%

financiŽle problemen om de woning voldoende te verwarmen

14,5% 

30,8%

11,7%

geen elementair comfort (geen bad/douche of geen toilet of geen warm water)

2,2% 

5,7%

1,6%

woning is somber, donker

10% 

16,6%

8,9%

niet in de mogelijkheid om 1 maal per maand vrienden te ontvangen

11,6% 

31%

8,3%

niet in de mogelijkheid om jaarlijks 1 week met vakantie te gaan

24,9% 

59,5%

18,9%

niet in de mogelijkheid verkeren om de 2 dagen vlees of vis te eten

4,2% 

13,7%

2,6%

geen middelen om TV te hebben

0,4% 

1,4%

0,2%

geen middelen om PC te hebben

6,8% 

20,9%

4,3%

geen middelen om een auto te hebben

6,8% 

25,2%

3,6%

participeert niet aan sociale of recreatieve activiteiten buitenshuis

58,3% 

71,5%

56%

bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2006

 


Laatste aanpassing: 19/8/2009