S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

 

Tabellen EU_SILC 2009

 

Tabel 1a-2009: Armoederisicopercentage (= het percentage personen met een equivalent netto beschikbaar inkomen lager dan 60% van het mediaan netto nationaal equivalent inkomen), Europese lidstaten, SILC 2009 (inkomen 2008)

EU-27

16,3

BelgiŽ

14,6

Bulgarije

21,7

Cyprus

16,2

Denemarken

13,2

Duitsland

15,5

Estland

19,7

Finland

13,8

Frankrijk

12,7

Griekenland

19,7

Hongarije

12,4

Ierland

15,0

ItaliŽ

18,4

Letland

25,7

Litouwen

20,6

Luxemburg

14,9

Malta

15,1

Nederland

11,1

Oostenrijk

12,0

Polen

17,2

Portugal

17,8

RoemeniŽ

22,4

SloveniŽ

11,3

Slowakije

11,0

Spanje

19,5

TsjechiŽ

8,6

Verenigd Koninkrijk

17,3

Zweden

13,3

bron: Eurostat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 1b-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar geslacht, BelgiŽ, gewesten en EU-27, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-27

Vrouwen

15,7

11,1

20,5

17,1

Mannen

13,4

9,2

16,2

15,4

Totaal

14,6

10,1

18,4

16,3

De steekproef is te klein om betrouwbare cijfers te geven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2009 en Eurostat

 

Tabel 1c-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar geslacht, BelgiŽ, gewesten en EU-25, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals  Gewest

Brussels

Hoofdstedelijk

Gewest*

EU-25**

 

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

 

2004

 

14,3

15,2

13,5

10,8

11,6 

9,9

17,0

17,8

16,2

27

 

 

16

17

15

 

2005

 

14,8

15,5

14,1

11,3

11,9

10,7

16,8

17,9

15,7

29,6

 

 

16

17

15

 

2006

 

14,7

15,6

13,7

11,4

12,3

10,5

17,1

17,7

16,2

25,9

 

 

16

17

15

 

2007

 

15,2

15,9

14,4

10,9

11,6

10,2

18,8

19,9

17,7

28,2

 

 

16

17

15

2008

14,7

15,8

13,6

10,0

11,1

9,0

19,5

21,1

17,8

 

 

 

16

17

15

2009 14,6 15,7 13,4 10,1 11,1 9,2 18,4 20,5 16,2       16 17 15


*De steekproef is te klein om betrouwbare cijfers te geven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
** afgeronde cijfers

bronnen: NAPincl 2008-2010: indicatoren; FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2007, EU-SILC 2008, EU-SILC 2009 en Eurostat.

 

Tabel 1d-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar leeftijd en geslacht, BelgiŽ en gewesten, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

14,6

15,7

13,6

10,1

11,1

9,2

18,4

20,5

16,2

0-15

16,4

17,8

15,0

9,8

-

-

21,7

-

-

16-24

16,2

17,1

15,3

8,1

8,5

7,7

21,1

23,0

19,3

25-49

10,8

11,8

9,9

6,5

6,9

6,2

14,5

17,2

11,9

50-64

12,9

13,8

11,9

9,3

10,7

7,8

16,4

17,6

15,0

65 en +

21,6

22,3

20,6

20,2

20,7

19,6

23,2

24,4

21,5

0-64

13,2

14,3

12,2

 

 

 

 

 

 

16-64

12,3

13,3

11,4

 

 

 

 

 

 

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.       
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie
: EU-SILC 2009 en Eurostat

 

Tabel 1e-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar leeftijd en geslacht, EU-27 en BelgiŽ, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

EU-27

 

BelgiŽ

 

 

 

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

0-15

 

19,6

19,9

19,3

16,4

17,8

15,0

16-24

 

20,6

21,6

19,6

16,2

17,1

15,3

25-49

 

14,2

14,8

13,5

10,8

11,8

9,9

50-64

 

13,6

13,7

13,4

12,9

13,8

11,9

65 en +

 

17,8

20,1

14,9

21,6

22,3

20,6

bron: Eurostat

 

Tabel 1f-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, BelgiŽ en gewesten, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

 

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

 

 

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

werkend

 

4,6

4,7

4,6

3,2

3,0

3,3

6,3

7,5

5,4

niet werkend:
totaal

 

23,5

23,6

23,4

17,7

18,1

17,3

27,3

28,0

26,2

niet werkend: werkloos

 

33,4

29,8

36,5

19,0

15,4

21,9

40,0

38,7

41,2

niet werkend: gepensioneerd

 

17,8

17,5

18,2

17,0

16,2

17,8

18,6

19,0

18,0

niet werkend:
ander

 

25,5

26,8

23,1

18,2

20,1

14,3

29,5

31,5

25,9

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.
* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische I
nformatie: EU-SILC 2009

 

Tabel 1g-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, EU-27 en BelgiŽ, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

EU-27

BelgiŽ

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

werkend

8,4

7,7

9,0

4,6

4,7

4,6

niet werkend: totaal

22,9

23,6

22,0

23,5

23,6

23,4

niet werkend: werkloos

45,4

41,2

49,6

33,4

29,8

36,5

niet werkend: gepensioneerd

15,4

16,6

13,9

17,8

17,5

18,2

niet werkend: ander

26,1

26,5

25,2

25,5

26,8

23,1

* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
bron: 
Eurostat

 

Tabel 1h-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar werkintensiteit en wonend in huishouden met of zonder kinderen, BelgiŽ en gewesten, en EU-27, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-27

 

zonder afh. Kinderen

met afh. Kinderen

zonder afh. Kinderen

met afh. Kinderen

zonder afh. Kinderen

met afh. Kinderen

zonder afh. Kinderen

met afh. Kinderen

werkintensiteit 0

29,9

75,4

21,2

68,2

35,0

74,8

30,6

56,7

werkintensiteit tussen 0-1

6,9

17,6

4,5

 

8,4

 

11,5

23,6

werkintensiteit tussen 0-0,5

13,7

46,9

 

42,7

 

45,3

23,0

45,2

werkintensiteit tussen 0,5-1

5,4

12,4

 

7,9

 

14,2

8,2

20,0

werkintensiteit 1

3,6

3,3

2,9

2,3

5,1

4,6

5,3

7,4

Werkintensiteit: volledig jaar geen werk (0), tussen volledig jaar geen werk en jaar volledig gewerkt (tussen 0 en 0,5 of 0,5 en 1), volledig jaar gewerkt (1)
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.   
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie
: EU-SILC 2009 en Eurostat

 

Tabel 1i-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar huishoudtype*, BelgiŽ en gewesten, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

1persoonshuish. Totaal

21,9

15,7

30,6

1persoonshuish. Man -65 jaar

18,2

10,4

25,9

1persoonshuish. Vrouw -65 jaar

24,0

16,0

37,3

1persoonshuish. Man 65 en +

21,1

15,6

28,2

1persoonshuish. Vrouw 65 en +

25,2

22,1

31,0

2 volwass. Geen afh. Kind.
(min 1 65+)

20,9

21,3

18,5

2 volwass. Geen afh. Kind.
(beide Ė65)

9,5

7,3

10,7

Andere huish. Geen afh. Kinderen

5,2

3,6

7,0

Alle huishoudens zonder afh. Kinderen

15,1

12,1

18,5

eenoudergezin

36,9

22,3

51,4

2 volwass. 1 afh. Kind

8,4

3,8

12,0

2 volwass. 2 afh. Kinderen

8,0

3,6

9,5

2 volwass. 3 of meer afh. Kinderen

15,8

10,8

16,6

Andere huish. Met kind

11,7

11,2

9,3

Alle huishoudens met afh. Kinderen

14,1

8,3

18,3

*afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.   
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie
: EU-SILC 2009

 

Tabel 1j-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar huishoudtype*, EU-27, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

EU-27

BelgiŽ

1persoonshuish. Totaal

25,6

21,9

1persoonshuish. Man

23,3

18,8

1persoonshuish. Vrouw

27,2

24,6

1persoonshuish. -65 jaar

24,7

20,5

1persoonshuish. 65 +

26,8

24,1

2 volwass. Geen afh. Kind.
(min 1 65+)

13,8

20,9

2 volwass. Geen afh. Kind.
(beide Ė65)

10,5

9,5

1oudergezin met afh. Kinderen

34,0

36,9

2 volwass. 1 afh. Kind

11,4

8,4

2 volwass. 2 afh. Kinderen

14,5

8,0

2 volwass. 3 of meer afh. Kinderen

25,9

15,8

3 of meer volwassenen

9,1

5,2

Alle huishoudens met afh. Kinderen

17,6

14,1

Alle huishoudens zonder afh. Kinderen

14,9

15,1

* afhankelijke kinderen worden gedefinieerd als mensen van 0 tot en met 15 jaar + mensen van 16 tot en met 24 jaar indien ze inactief zijn en inwonen bij tenminste ťťn ouder.
bron:
Eurostat

 

Tabel 1k-2009: Armoederisicopercentage  (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar opleidingsniveau (bevolking 18+), BelgiŽ en EU-27, SILC 2009 (inkomen 2008)



 

EU-27

BelgiŽ



 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man


lage opleiding

 

24,0

25,0

22,9

22,2

26,0

18,5


gemiddelde opleiding

 

13,1

13,6

12,6

9,8

11,0

8,7


hoge opleiding

 

6,7

6,5

7,0

5,2

4,8

5,6

bron: Eurostat

 

Tabel 1l-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar eigenaar/huurder status, BelgiŽ en gewesten en EU-27, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

 

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-27

eigenaar of zonder huur

 

9,7

7,7

12,2

13,4

huurder

 

28,6

19,1

36,7

25,4

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.   
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2009 en Eurostat

 

Tabel 1m-2009: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) vůůr alle soc. overdrachten, na pensioenen en na alle soc. overdrachten, BelgiŽ, EU-27, SILC 2009 (inkomen 2008)

 

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-27

 

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

vůůr alle soc. overdrachten

40,7

43,3

38,0

36,5

39,0

34,0

45,1

48,4

41,6

42,3

44,7

39,8

na
pensioenen

26,7

27,5

25,9

21,2

21,9

20,5

32,0

33,6

30,3

25,1

26,1

24,1

na alle soc. overdrachten

14,6

15,7

13,4

10,1

11,1

9,2

18,4

20,5

16,2

16,3

17,1

15,4

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.
bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2009 en Eurostat

 

Tabel 1n-2009: Subjectief armoederisico en armoederisico op basis van inkomen volgens karakteristieken (geslacht, leeftijdsklasse, activiteit, huishoudtype, opleidingsniveau). BelgiŽ, EU-SILC 2009.

Karakteristieken

Subjectief armoederisico

Armoederisico op basis van inkomen

totaal

21,1

14,6

mannen

20,4

13,4

vrouwen

21,7

15,7

- 65j

 

13,2

+ 65j

18,7

21,6

werkenden

13,8

4,6

werklozen

40,0

33,4

alleenstaande ouder

43,9

36,9

laag onderwijsniveau

28,5

23,8

gemiddeld onderwijsniveau

20,0

11,2

hoog onderwijsniveau

10,9

6,5

bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2009

 Laatste aanpassing : 19/10/11