S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

 

Hoeveel mensen in België zijn laaggeletterd?

Al naargelang van de definitie die en het meetinstrument dat gehanteerd wordt, variëren de cijfers van meer dan 1% van de volwassen bevolking (als men vindt dat een handtekening kunnen zetten volstaat) tot 37% van de volwassen bevolking (als men vindt dat het minimaal kennisniveau om zich beroepsmatig te kunnen inschakelen in onze maatschappij dat van het hoger secundair onderwijs is). (bron : Lire et Ecrire (2013), Questions sur l’alphabétisation. Réponses aux 61 questions les plus fréquentes, p. 14)


Toelichting:

In de Federatie Wallonië-Brussel is geen enkel onderzoek naar analfabetisme of ongeletterdheid gevoerd op basis van een representatief staal van de volwassen bevolking. Het doorgaans naar voren geschoven cijfer van 10% van de volwassen bevolking die moeite heeft met lezen en schrijven in de Federatie Wallonië-Brussel is het resultaat van de extrapolatie van schattingen uit andere Europese landen die een vergelijkbare sociaaleconomische ontwikkeling kennen. Het Comité de pilotage sur l'alphabétisation des adultes definieert het publiek waartoe de alfabetiseringscursussen zich doorgaans richten door een 'objectief' criterium ('beschikt niet over het getuigschrift basisonderwijs-GBO') te koppelen aan een inschatting van de effectieve vaardigheden ('of beheerst de vaardigheden die overeenstemmen met het GBO niet'), ongeacht het feit of de persoon Franstalig is of niet. De beschikbare statistieken geven in het beste geval enkel weer of het GBO al dan niet werd behaald. Wanneer we ons beperken tot het criterium van het hoogst behaalde diploma, worden de mensen die geen diploma of die hoogstens het diploma van het lager onderwijs hebben behaald beschouwd als mensen met een risico op analfabetisme. De gegevens uit de Enquête naar de Arbeidskrachten 2010 geven aan dan ongeveer 700.000 personen van 15 jaar en ouder die het onderwijs hebben verlaten en die in de Federatie Wallonië-Brussel wonen problemen zouden kunnen ondervinden met lezen en schrijven en de basisvaardigheden onvoldoende zouden kunnen beheersen. Tabel 15a toont aan dat zowel in het Brussels Gewest als in Wallonië iets meer dan een vijfde van de bevolking van 15 jaar en ouder die het onderwijs heeft verlaten (21%) hoogstens een diploma lager onderwijs heeft behaald. In elk gewest verkeren er meer vrouwen dan mannen in die situatie. (bron: Comité de pilotage permanent sur l’alphabétisation des adulte (2013), Le sixième Etat des lieux de l’alphabétisation en Fédération Wallonie-Bruxelles)

Tabel 15a: Aandeel laaggeschoolden in de volwassen bevolking (15jaar en ouder), die de school verlaten hebben

 

Geen GBO

Enkel GBO

Totaal: maximum GBO

 

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Wallonië Mannen

71.000

6

151.000

12

222.000

18

Wallonië Vrouwen

113.500

8,5

196.000

15

309.500

23,5

Wallonië Totaal

184.500

7

347.000

13,5

531.500

20,5

Brussel-Hoofdstad Mannen

32.000

9

38.000

10

70.000

19

Brussel-Hoofdstad Vrouwen

46.000

11,5

44.000

11

90.000

22,5

Brussel-Hoofdstad Totaal

78.000

10

82.000

11

160.000

21

bron: ADSEI, Enquête naar de Arbeidskrachten 2010 (berekeningen IWEPS) zoals opgenomen in Comité de pilotage permanent sur l’alphabétisation des adulte (2013), Le sixième Etat des lieux de l’alphabétisation en Fédération Wallonie-Bruxelles, p. 49.

Kijken we naar het profiel van de laaggeschoolden, dan is op basis van de resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten 2010 het merendeel inactief: in  Wallonië heeft slechts 29% van de personen tussen 25 en 64j die het onderwijs verlieten zonder diploma, een werk; in het Brussels Gewest is dit 20%. Volgens de resultaten van de EU-SILC enquête hebben laaggeschoolden een hoger armoederisico. (bron: Mainguet Christine (2012), Qui sont les personnes en difficulté avec l'écrit en Fédération Wallonie-Bruxelles? in Journal de l'alpha, n° 185, p. 12-25)

 

De Vlaamse Gemeenschap heeft deelgenomen aan het onderzoek in het kader van het programma van de OESO dat de vaardigheden test van volwassenen: PIAAC (Programme for the International Assessment of Adult Competencies). Geletterdheid is één van de onderzochte vaardigheden. PIAAC definieert geletterdheid als de vaardigheid om geschreven teksten te begrijpen, te evalueren en er zich op zo'n manier mee in te laten dat men kan deelnemen aan de maatschappij, de eigen doelen kan realiseren en de eigen mogelijkheden kan ontwikkelen. Volgens de eerste Vlaamse resultaten van de enquête die tussen 1 augustus 2011 en 31 maart 2012 gehouden werd, is 15% van de volwassenen tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd. Dit betekent dat meer dan een half miljoen Vlamingen (580.470) met een duidelijk geletterdheidsprobleem kampt. De belangrijkste risicogroepen zijn laaggeschoolden, volwassenen met een lage socio-economische status, ouderen (55-65 jarigen), eerste generatie migranten, anderstaligen en niet-actieven. (bron: Cincinnato Sebastiano en De Meyer Inge (2013), Vaardig genoeg voor de 21ste eeuw? De eerste resultaten bij PIAAC)

 

Voor de Franstalige en Vlaamse Gemeenschap geeft het PISA-onderzoek van de OESO (Programme for International Student Assessment) informatie over het leesniveau van de leerlingen van 15 jaar, zijnde de capaciteit om geschreven teksten te begrijpen en te gebruiken, en om na te denken op basis van teksten. De leesvaardigheid van 15-jarigen in de Franstalige Gemeenschap situeert zich rond het gemiddelde van de OESO-landen, maar vergeleken met de andere OESO-landen is het verschil in vaardigheid tussen de 25% rijksten en de 25% armsten groter. (bron: La lecture à 15 ans.  Premiers résultats de PISA 2009) In vergelijking met andere OESO-landen behoort Vlaanderen tot de toplanden voor leesvaardigheid, maar de invloed van de sociaal-economische status van de leerlingen op de prestatiematen is groter dan in een gemiddeld OESO-land. (bron: Leesvaardigheid van 15-jarigen in Vlaanderen.  De eerste resultaten van PISA 2009) Figuur 15.1 geeft het percentage laaggeletterde leerlingen: in 2009 scoren 20,3% van de leerlingen in de Franse Gemeenschap en 13,4% van de leerlingen in de Vlaamse Gemeenschap zwak op geletterdheid; in de Europese Unie bedroeg dit percentage 19,6%.
De lidstaten van de Europese Unie hebben als doel geformuleerd het percentage leerlingen van 15 jaar met beperkte leesvaardigheden tegen 2020 tot 15 % te verminderen. (Conclusies van de Raad van 12 mei 2009 betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020))

Figuur 15.1: percentage laaggeletterde leerlingen van 15 jaar (*), PISA enquête 2009

Pourcentages d'élèves âgés de 15 ans ayant de faibles résultats en lecture, 2009

(*) laaggeletterde leerlingen van 15 jaar: leerlingen onder niveau 2 op de PISA-geletterdheidsschaal.
(x)  landen die niet hebben deelgenomen aan de PISA enquête.
bron: Eurydice (2011), L'enseignement de la lecture en Europe: contextes, politiques et pratiques, p. 21, figuur 2, op basis van PISA gegevens 2009.

 

Laatste aanpassing van gegevens: 16/10/2013