S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

 

Hoeveel mensen in België zijn laaggeletterd?

Laatste aanpassing : 24/08/2017

Al naargelang van de definitie die en het meetinstrument dat gehanteerd wordt, variëren de cijfers van meer dan 1
% van de volwassen bevolking (als men vindt dat een handtekening kunnen zetten volstaat) tot 37 % van de volwassen bevolking (als men vindt dat het minimaal kennisniveau om zich beroepsmatig te kunnen inschakelen in onze maatschappij dat van het hoger secundair onderwijs is) (Lire et Ecrire,  Questions sur l’alphabétisation, geconsulteerd op 24/8/2017).
Naar schatting ondervindt één volwassene op tien moeilijkheden met lezen en schrijven ('Alfabetisering', geconsulteerd op www.belgium.be, 24/08/2017).


Toelichting

In de Federatie Wallonië-Brussel is geen enkel onderzoek naar analfabetisme of ongeletterdheid gevoerd op basis van een representatief staal van de volwassen bevolking. Het doorgaans naar voren geschoven cijfer van 10% van de volwassen bevolking die moeite heeft met lezen en schrijven in de Federatie Wallonië-Brussel is het resultaat van de extrapolatie van schattingen uit andere Europese landen die een vergelijkbare sociaaleconomische ontwikkeling kennen.
Het Comité de pilotage sur l'alphabétisation des adultes definieert het publiek waartoe de alfabetiseringscursussen zich doorgaans richten door een 'objectief' criterium ('beschikt niet over het getuigschrift basisonderwijs-GBO') te koppelen aan een inschatting van de effectieve vaardigheden ('of beheerst de vaardigheden die overeenstemmen met het GBO niet'), ongeacht het feit of de persoon Franstalig is of niet. De beschikbare statistieken geven in het beste geval enkel weer of het GBO al dan niet werd behaald. Wanneer we ons beperken tot het criterium van het hoogst behaalde diploma, worden de mensen die geen diploma of die hoogstens het diploma van het lager onderwijs hebben behaald beschouwd als mensen met een risico op analfabetisme. De gegevens uit de Enquête naar de arbeidskrachten 2013 geven aan dan ongeveer 650.000 personen van 15 jaar en ouder die het onderwijs hebben verlaten en die in de Federatie Wallonië-Brussel wonen problemen zouden kunnen ondervinden met lezen en schrijven en de basisvaardigheden onvoldoende zouden kunnen beheersen. Tabel 15a toont aan dat zowel in het Brussels Gewest als in Wallonië bijna een vijfde van de bevolking van 15 jaar en ouder die het onderwijs heeft verlaten (20 %) hoogstens een diploma lager onderwijs heeft behaald (Comité de pilotage permanent sur l’alphabétisation des adulte (2015), Le septième Etat des lieux de l’alphabétisation en Fédération Wallonie-Bruxelles).

Tabel 15a: Aandeel laaggeschoolden in de volwassen bevolking (15jaar en ouder) die de school verlaten hebben

 

Geen GBO

Maximum GBO

 

Aantal

%

Aantal

%

Wallonië

180.000

7

490.000

19

Brussel-Hoofdstad

90.000

12

160.000

20

bron: Enquête naar de arbeidskrachten zoals vermeld in Comité de pilotage permanent sur l’alphabétisation des adulte (2015), Le septième Etat des lieux de l’alphabétisation en Fédération Wallonie-Bruxelles, p. 21.

 

De Vlaamse Gemeenschap heeft deelgenomen aan het onderzoek in het kader van het programma van de OESO dat de vaardigheden test van volwassenen: PIAAC (Programme for the International Assessment of Adult Competencies). Geletterdheid is één van de onderzochte vaardigheden. PIAAC definieert geletterdheid als de vaardigheid om geschreven teksten te begrijpen, te evalueren en er zich op zo'n manier mee in te laten dat men kan deelnemen aan de maatschappij, de eigen doelen kan realiseren en de eigen mogelijkheden kan ontwikkelen. Volgens de Vlaamse resultaten van de enquête die tussen 1 augustus 2011 en 31 maart 2012 gehouden werd, is 15 % van de volwassenen tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd. Dit betekent dat meer dan een half miljoen Vlamingen (580.470) met een duidelijk geletterdheidsprobleem kampt. De belangrijkste risicogroepen zijn laaggeschoolden (=volwassenen zonder een diploma secundair onderwijs), volwassenen met laaggeschoolde ouders, ouderen (i.e. 55-65 jarigen), eerste generatie migranten, anderstaligen en niet-actieven (Universiteit Gent-Vakgroep Onderwijskunde, Vlaams rapport PIAAC).

Tabel 15b: Percentage laaggeletterden naar socio-demografische kenmerken

Totaal laaggeletterden

15 %

 

Geslacht

Man

14 %

Vrouw

16 %

Leeftijd

Jongeren (i.e.16-24j)

9 %

Ouderen (i.e.55-65j)

26 %

Opleidingsniveau

Laaggeschoold

34 %

Hooggeschoold

3 %

Migratie-achtergrond

1ste generatie

41 %

2de generatie

18 %

Autochtoon

12 %

Thuistaal

Anderstalig

35 %

Nederlandstalig

13 %

Tewerkstellingssituatie

Tewerkgesteld

12 %

Werkzoekend

16 %

Niet-actief

23 %

Bron: Doe mee met de week van de geletterdheid 2017, Inspiratiepakket voor armoedeorganisaties, p. 11 op basis van het PIAAC-onderzoek 2012

 

Voor de Franse en Vlaamse Gemeenschap geeft het PISA-onderzoek van de OESO (Programme for International Student Assessment) informatie over het leesniveau van de leerlingen van 15 jaar, zijnde de capaciteit om geschreven teksten te begrijpen en te gebruiken, en om na te denken op basis van teksten.
Tabel 15c geeft sinds het begin van het PISA-onderzoek in 2000, een overzicht van het aandeel leerlingen dat het basisniveau leesvaardigheid niet bereikt. Op de PISA-geletterdheidsschaal wordt vaardigheidsniveau 2 gezien als het basisniveau.  Vanaf dit niveau beheersen leerlingen de leesvaardigheden die nodig zijn om volwaardig te kunnen deelnemen aan de maatschappij.
Ondanks enige verbetering ligt het percentage laaggeletterde leerlingen in de Franse Gemeenschap rond 23
%, nog steeds hoger dan het nationaal gemiddelde. In de Vlaamse Gemeenschap is het percentage laaggeletterde leerlingen toegenomen en bedraagt nu bijna 17 %. In de Duitstalige Gemeenschap is dit percentage 14,3 %. (Bronnen: voor de Franse Gemeenschap: Université de Liège-Service d’analyse des systèmes et des pratiques d’enseignement, Projet PISA;  voor de Vlaamse Gemeenschap: Universiteit Gent-Vakgroep Onderwijskunde, Vlaams rapport PISA 2015 en Schiepers Mariet (2017), Geletterdheid in Vlaanderen gewikt en gewogen)
Zowel in de Franse als in de Vlaamse Gemeenschap is d
e invloed van de sociaal-economische thuissituatie van de leerlingen op de prestatiematen groter dan in een gemiddeld OESO-land. Ook is er een grote prestatiekloof tussen in de EU geboren leerlingen en niet in de EU geboren leerlingen of leerlingen met minstens één niet in de EU geboren ouder.
De lidstaten van de Europese Unie hebben als doel geformuleerd het percentage leerlingen van 15 jaar met beperkte leesvaardigheden tegen 2020 tot 15 % te verminderen. (Conclusies van de Raad van 12 mei 2009 betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020))

Tabel 15c: Percentage leerlingen van 15 jaar die het basisniveau geletterdheid niet halen, België en de gemeenschappen, PISA2000-PISA2015 *

 

 Percentage leerlingen die onder niveau 2 scoren op de PISA-geletterdheidsschaal

 

PISA2000

PISA2003

PISA2006

PISA2009

PISA2012

PIS2015

België

19

17,9

19,4

17,7

16,1

19,5

Duitstalige Gemeenschap

 

20,1

19,3

16,9

17,9

14,3

Franse Gemeenschap

28,2

25,1

26,3

23,3

19,2

22,6

Vlaamse Gemeenschap

11,6

12,4

14,1

13,4

13,7

17,1

* Voor de mate van nauwkeurigheid van de gegevens, verwijzen we naar de OESO, PISA databank waar standaardfouten vermeld zijn.
Bron: OESO, PISA zoals aangeleverd door Université de Liège-Service d’analyse des systèmes et des pratiques d’enseignement
, Projet PISA

Laatste aanpassing : 24/08/2017