S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

 

Hoeveel bedraagt het leefloon en hoeveel mensen moeten ermee rondkomen?

Laatste aanpassing: 06/06/2017

Het leefloon voor een alleenstaande bedraagt 884
,74 € netto per maand, voor een samenwonende 589,82 € netto per maand en voor een persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste 1.179,65 € netto per maand.  Deze bedragen zijn sinds 1 juni 2017 van kracht. 
In 2016 zijn er gemiddeld 140.143 begunstigden van
het recht op maatschappelijke integratie per maand, waarvan er gemiddeld 127.022 begunstigden van het leefloon zijn.

Toelichting:

1. De bedragen
2. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie (RMI)
3. Het aantal begunstigden van het leefloon
4. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke hulp (RMH)

 

1. De bedragen

De overheid heeft de bedragen van het leefloon en de sociale uitkeringen op volgende manier vastgelegd:


Tabel 4a: Evolutie van de
netto maandbedragen van het bestaansminimum per categorie van rechthebbenden volgens de Bestaansminimumwet, 1990-feb. 2002

Datum Cat. 1
Samenwonend onder 1 dak
Cat. 2
Persoon met niet-getrouwde
minderjarige of meerdere kinderen
waarvan minstens 1 niet-getrouwde
minderjarige
Cat. 3
Alleenstaande
Cat. 4
Alle anderen die met 1 of meerdere personen samenwonen
jan. 1990    * 560,68 € 504,61 € 420,50 € 280,34 €
dec. 1994    * 664,48 € 664,48 € 498,34 332,23 €
sept. 2000  * 719,26 € 719,26 € 539,44 359,62 €
juni 2001    * 733,64 € 733,64 € 550,22 366,81 €
jan.2002   762,96 762,96 572,22 € 381,48
feb. 2002   778,21 778,21 583,66 389,11

* bedragen omgezet in euro

Tabel 4b:
Evolutie van de
netto maandbedragen van het leefloon per categorie van rechthebbenden, okt. 2002-okt. 2004

Datum Cat. 1
Elke persoon die met één of meerdere personen samenwoont
Cat. 2
Een alleenstaand persoon
Cat. 3
Een alleenstaand persoon die onderhoudsuitkeringen verschuldigd is tov zijn kinderen of een alleenstaand persoon die voor de helft van de tijd hetzij een ongehuwde minderjarige hetzij meerdere kinderen waaronder een ongehuwde minderjarige te zijner laste heeft
Cat. 4
Eénoudergezin met kinderlast
okt. 2002 389,11 € 583,66 € 680,94 € 778,21 €
juni 2003 396,88 € 595,32 € 694,54 € 793,76 €
okt. 2004 408,89 € 613,33 € 715,55 € 817,77 €

 

Tabel 4c: Evolutie van de netto maandbedragen van het leefloon per categorie van rechthebbenden van het leefloon vanaf 1 jan. 2005*

Datum

Cat. 1
Elke persoon die met één of meerdere personen samenwoont
 

Cat. 2
Een alleenstaand persoon
Cat. 3
Een persoon die uitsluitend samenwoont met een gezin te zijnen laste
jan. 2005 408,89 € 613,33 € 817,77 €
aug. 2005 417,07 € 625,60 € 834,14 €
okt. 2006 429,66 644,48 859,31
april 2007 438,25 657,37 876,50
jan. 2008 455,96  683,95  911,93
mei 2008 465,07 697,61 930,14
sept. 2008 474,37 711,56 948,74
juni 2009 483,85 € 725,79 967,72 €
sept. 2010 493,54 € 740,32 € 987,09 €
mei 2011 503,39 € 755,08 € 1006,78 €
sept. 2011 513,46 € 770,18 € 1026,91 €
feb. 2012 523,74 785,61 € 1047,48 €
dec. 2012 534,23 801,34 € 1068,45 €
sept. 2013 544,91 € 817,36 € 1.089,82 €
sept. 2015 555,81 €  833,71 € 1.111,62 €
april 2016 566,92 € 850,39 1.133,85
juni 2016 578,27 € 867,40 1.156,53
juni 2017 589,82 € 884,74 1.179,65

*Sedert 1 januari 2005 werd het aantal categoriën van rechthebbenden op het leefloon teruggebracht van 4 naar 3.
B
ronnen: omzendbrieven van de POD Maatschappelijke Integratie
Omzendbrief inzake de aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 juni 2017.
 

Een vergelijking met de hoogte van referentiebudgetten (een korf van goederen en diensten noodzakelijk om maatschappelijk te kunnen participeren voor een bepaald type gezin levend in een bepaalde locatie op een bepaald moment), toont aan dat anno 2013 het leefloon niet volstaat om menswaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen.  Het tekort loopt op tot 192 euro per maand voor een alleenstaande met twee jonge kinderen tot 899 euro per maand voor een koppel met twee oudere kinderen. In de periode 2008-2013 is de doeltreffendheid van het leefloon als minimuminkomensbescherming verslechterd voor alleenstaanden, koppels zonder kinderen alsook voor grote gezinnen die huren op de private huurmarkt. (Storms B., Penne T., Vandelannoote D., Van Thielen L. (2015), Is de minimuminkomensbescherming in ons land doeltreffender geworden sinds 2008? Wat leren we uit de geüdatete referentiebudgetten? ).

 

2. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie (RMI)

Sinds oktober 2002 is het recht op maatschappelijke integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum. Met de invoering van het leefloon (in 2003) wijzigden de categorieën en de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het recht op maatschappelijke integratie (bijvoorbeeld vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister komen nu ook in aanmerking voor het leefloon).

Tabel 4d geeft een overzicht van het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie (RMI) voor de periode 2003-2016. Het aantal begunstigden is sinds 2004 sterk toegenomen. Van 2004 tot 2008 bedraagt de groei van het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden op het RMI tussen 1,7 % en 3,5 %. Een sterke toename doet zich voor tijdens de economische en financiële crisis van 2008 (+9,1 % in 2009). In 2011 is er een daling met 0,9 %; het jaar 2012 kent een licht stabilisering van het aantal begunstigden. Sinds 2013 is de tendens opnieuw stijgend: het aantal begunstigden is in 2013 met 3,4 % en in 2014 met 3,8 % gestegen. In 2015 is het aantal begunstigden van het RMI zeer sterk toegenomen met een gemiddeld groeipercentage van 12,8 %.  Dit is het hoogste groeipercentage ooit waargenomen. Gemiddeld werden 127.898 begunstigden per maand geholpen tegenover 113.381 in 2014. In 2016 blijft het aantal RMI-begunstigden sterk toenemen met gemiddeld 140.143 aantal begunstigden per maand of 9,6 % meer dan in 2015.  

Tabel 4d: Gemiddeld maandelijks aantal RMI-begunstigden, België, 2003-2016

RMI België
Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage
2003 81.443 -
2004 83.936 3,1 %
2005 85.387 1,7 %
2006 88.342 3,5 %
2007 90.001 1,9 %
2008 92.385 2,6 %
2009 100.750 9,1 %
2010 105.677 4,9 %
2011 104.767 -0,9 %
2012 105.566 0,8 %
2013 109.193 3,4 %
2014 113.381 3,8 %
2015 127.898 12,8 %
2016 140.143 9,6 %

Bron: POD Maatschappelijke Integratie

 

3. Het aantal begunstigden van het leefloon

Indien we specifiek het leefloon bekijken binnen het RMI, dan zien we een vergelijkbare evolutie (tabel 4e). In de periode 2003-2008, stijgt het gemiddeld maandelijks aantal leefloners gemiddeld per jaar met 2,3 %. In 2009 bedraagt het groeipercentage 9,8 %, dit vooral door toedoen van de economische en financiële crisis. In 2011 volgt ook een lichte daling van het gemiddeld maandelijks aantal leefloners (-0,7 %). Deze daling is hoodzakelijk te wijten aan de daling in de vijf grote steden (Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent, Luik) (-3,2 %). Vanaf 2013 is er een opleving van de groei van het aantal leefloners. In 2014 zijn er reeds gemiddeld meer dan 100.000 gerechtigden per maand. De stijging (+3,7 %) is het sterkst in de vijf grote steden en in de grote gemeenten. In 2015 is het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden met 13,1 % gestegen in vergelijking met 2014. Deze stijging moet in verband worden gebracht met de beperking in de tijd van het recht op een professionele inschakelingsuitkering, ingegaan op 1 januari 2015.
In 2016 heeft het groeipercentage van het totale aantal begunstigden 9,3 % bereikt tegenover het jaar voordien. Dit komt neer op maandelijks gemiddeld 127.022 rechthebbenden. Tijdens de eerste 8 maanden van 2016 was er reeds een stijging met 9,3 % tegenover dezelfde periode in 2015. De
POD Maatschappelijke Integratie schrijft deze groei in 2016 toe aan drie factoren: 1)een structurele stijging van +2,3 %; 2) de groter wordende groep van erkende vluchtelingen (+3,3 %); 3)een aantal uiteenlopende factoren (+3,7 %) zoals de hervorming van de werkloosheidsregelementering, het stijgend aantal personen in schuldbemiddeling,... (POD Maatschappelijke Integratie, 'Leefloonpopulatie groeide in 2016 aan tot maandelijks 124.748 personen', Persbericht 09/02/2017)

Tabel 4e: Gemiddeld maandelijks aantal leefloners, België, 2003-2016

Leefloon Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage
2003 74.098 -
2004 75.584 2,0 %
2005 76.329 1,0 %
2006 78.779 3,2 %
2007 80.483 2,2 %
2008 83.067 3,2 %
2009 91.207 9,8 %
2010 95.638 4,9 %
2011 95.004 -0,7 %
2012 95.785 0,8 %
2013 99.084 3,4 %
2014 102.755 3,7 %
2015 116.177 13,1 %
2016 127.022 9,3 %

Bron: POD Maatschappelijke Integratie


Kijken we naar het profiel van de leefloonpopulatie (tabel 4f), dan blijkt dat in 2016 de leefloontrekkenden hoofdzakelijk vrouwen zijn (52,8 %). Twee leefloontrekkenden op vijf (38,2 %) zijn alleenstaand en iets meer dan een kwart (28,6 %) heeft een of meer kinderen ten laste. Vrouwen (43,0 %) hebben vaker een gezin ten laste dan mannen (12,5 %).  87,7 % van de vrouwen met kind(eren) ten laste bevinden zich in een toestand van eenouderschap. Het aantal leefloners tussen 18 en 25 jaar maakt 32,5 % uit van de totale leefloonpopulatie. Ter vergelijking: het aandeel jongeren tussen 18 en 25 jaar vertegenwoordigt 10,7 % van de Belgische bevolking. Onder hen is een groot aantal studenten. In 2016 vertegenwoordigen de studenten-leefloners 12,9 % van alle begunstigden.
De leefloners in 2016 hebben hoofdzakelijk de Belgische nationaliteit (
72,2 %), 27,8 % is van vreemde origine. Europeanen nemen hiervan 8,0 % voor hun rekening; 19,8 % heeft een niet-Europese nationaliteit.

Tabel 4f: Profiel van de ontvangers van het leefloon, België, 2016* (in percentage)

 

België

naar geslacht  

mannen

47,2

vrouwen

52,8
   
naar categorie  

samenwonende persoon

33,2
alleenstaande persoon 38,2
persoon die uitsluitend leeft met een gezin te zijnen laste 28,6
   
naar leeftijd  
18-24 jaar 32,5
25-44 jaar 44,2
45-64 jaar 21,1
65 jaar en ouder 2,2
   
naar nationaliteit  
Belgen 72,2
Buitenlands in EU 8,0
Buitenlands buiten EU 19,8

* Eerste acht maanden van het jaar.
Bron: POD Maatschappelijke Integratie
, Statistisch rapport, nr. 17, december 2016, p. 16-18.
 

4. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke hulp (RMH)

Personen die niet in aanmerking komen voor het recht op maatschappelijke integratie kunnen beroep doen op het recht op maatschappelijke hulp (RMH). Het RMH kan verschillende vormen aannemen: financiële steun (bedrag dat equivalent is aan dat van het leefloon), tewerkstelling, medische hulp. Cijfers over de tewerkstellingsmaatregelen worden niet meer in het statistisch rapport van de POD Maatschappelijke Integratie opgenomen vermits op 1 juli 2014 de tewerkstellingsmaatregelen overgedragen werden naar de gemeenschappen, gewesten of gemeenschapscommissie naar aanleiding van de zesde staatshervorming.

Tabel 4g geeft de evolutie weer van het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden van een equivalent leefloon voor de periode 2003-2016. Zij wordt toegekend aan asielzoekers en aan vreemdelingen die niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister. Het aantal begunstigden van de equivalent leefloon is sterk gedaald van 2003 tot 2008. Na een stabilisatie van het aantal begunstigden in 2009, volgt een stijging in 2010 en 2011. Het jaar 2012 betekent de terugkeer naar de daling van het aantal begunstigden van een equivalent leefloon. De daling is sterk vanaf 2013 met een daling van 19,4 % in vergelijking met 2012. In 2014 is het aantal begunstigden met 15,2 % gedaald en zijn er gemiddeld 18.300 begunstigden per maand. De evolutie moet in verband worden gebracht met genomen maatregelen inzake het asiel- en migratiebeleid. In 2015 is de daling van het aantal begunstigden vertraagd en bedraagt 8,3 %. De eerste vijf maanden van 2016 bevestigen de tendens van een vertraging met een daling van 5,5 % in vergelijking met dezelfde periode in 2015.

Tabel 4g: Gemiddeld maandelijks aantal begunstigden van een equivalent leefloon, België, 2003-2016

Equivalent leefloon Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage
2003 39.501 -
2004 37.211 -5,8 %
2005 34.495 -7,3 %
2006 30.484 -11,6 %
2007 25.943 -14,9 %
2008 19.618 -24,4 %
2009 19.718 0,5 %
2010 24.595 24,7 %
2011 28.362 15,3 %
2012 26.777 -5,6 %
2013 21.569 -19,4 %
2014 18.293 -15,2 %
2015 16.776 -8,3 %
2016* 16.297 -5,5 %

*Eerste vijf maanden van het jaar. Veranderingspercentages t.o.v. dezelfde periode van het voorgaande jaar.
Bron:
POD Maatschappelijke Integratie, Statistisch rapport, nr. 17, december 2016, p. 24.
 

Tabel 4h geeft de evolutie weer van het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden van een medische hulp voor de periode 2003-2015. Het aantal begunstigden van een tussenkomst via de medische hulp evolueert verschillend volgens het soort hulp (de zogenaamde dringende medische hulp en andere medische hulp) en de betrokken periode. Tijdens de eerste elf maanden van 2015 zijn er 10.752 begunstigden van een medische hulp (+2,8 % in vergelijking met dezelfde periode in 2014), waarvan 7.144 begunstigden van een dringende medische hulp (+ 11,9 % in vergelijking met dezelfde periode in 2014).

Tabel 4h: Gemiddeld maandelijks aantal begunstigden van een medische hulp in België, 2003-2015

Medische hulp Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage
2003 9.426 -
2004 9.879 4,8 %
2005 10.575 7,0 %
2006 10.285 -2,7 %
2007 9.820 -4,5 %
2008 10.364 5,5 %
2009 11.730 13,2 %
2010 12.547 7,0%
2011 13.064 4,1 %
2012 13.413 2,7 %
2013 11.711 -12,7 %
2014 10.438 -10,9 %
2015* 10.752 2,8 %

*Eerste elf maanden van het jaar. Veranderingspercentages t.o.v. dezelfde periode van het voorgaande jaar.
Bron:
POD Maatschappelijke Integratie, Statistisch rapport, nr. 17, december 2016, p. 30.
 

Laatste aanpassing: 06/06/2017