S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franηais

Feiten en cijfers

 

Hoeveel bedragen de minimumuitkeringen en het minimumloon?

Laatste aanpassing: 2/07/2018

In deze rubriek beperken we ons tot
het minimumloon en de inkomensvervangende uitkeringen. Aanvullende uitkeringen, zoals bijvoorbeeld de kinderbijslag, integratietegemoetkoming, tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden enz. worden bijgevolg niet behandeld.

Hierna volgt een beknopt overzicht van de bedragen die van kracht zijn. Alle bedragen zijn indexgebonden. Voor uitgebreide informatie rond de regelgeving verwijzen we naar relevante websites.

 

minimumloon en gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen  minimum werkloosheidsuitkering leefloon minimumpensioen inkomensgarantie voor ouderen ziekte- en invaliditeitsverzekering tegemoetkomingen aan personen met een handicap  armoederisicogrens


Minimumloon

Minimumlonen voor loontrekkende werknemers worden in Belgiλ vastgesteld door collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's). De minimale loonbarema's worden in principe vastgesteld per activiteitensector door het bevoegde paritair comitι. Per bedrijfstak kunnen vakbonden en werkgevers bovendien overeenkomen om hogere minimumlonen vast te leggen.

Voor deeltijds werk geldt ook het minimumloon, maar wel in verhouding tot het aantal gewerkte uren.

Voor de bedragen verwijzen we naar www.minimumlonen.be

De vermelde minimumbedragen zijn brutobedragen.

Om het nettobedrag te kennen moet een bepaalde formule worden toegepast:

  Brutosalaris (verkregen in het kader van een arbeidsovereenkomst)

-

Sociale bijdragen van de werknemer (13,07 % van het brutosalaris voor de loontrekkenden in de privι-sector)
 
= Belastbaar brutosalaris
- Bedrijfsvoorheffing
 
= Nettosalaris

zie: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (Loon> Minimumloon: Opmerking)

 

Gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI)

Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) van de Nationale Arbeidsraad (NAR) is een absolute ondergrens voor het loon. Het is niet identiek aan een minimum maandloon. In het GGMMI zijn immers bepaalde sommen begrepen die in de loop van het jaar worden uitbetaald. Zo wordt bijvoorbeeld een eindejaarspremie of dertiende maand in aanmerking genomen om na te gaan of het GGMMI nageleefd wordt.

Werknemers die voltijds werken onder een arbeidsovereenkomst hebben recht op een
GGMMI. Het GGMMI is vooral van belang voor werknemers die onder geen enkel paritair comitι vallen of onder een paritair comitι dat nog geen CAO heeft afgesloten betreffende het minimumloon.

Voor minderjarigen is het GGMMI afhankelijk van hun leeftijd.

Het GGMMI geldt in principe niet voor de werknemers van 18, 19 en 20 jaar die werken op grond van een studentencontract. Indien de sector geen eigen studentenlonen heeft, pas dan hebben de studenten van 18, 19 en 20 jaar recht op een percentage van het GGMMI (94 % op 20 jaar, 88 % op 19 jaar, 82 % op 18 jaar).

Het GGMMI en voormelde  jongeren- en studentenlonen gelden niet voor jongeren die werken in het kader van alternerend leren op basis van een andere overeenkomst dan een arbeidsovereenkomst of studentencontract.
Ze zijn evenmin van toepassing op de personen die tewerkgesteld zijn in een familie-onderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitende gezag van de vader, de moeder of de voogd. Ook zijn ze niet van toepassing op werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn gedurende periodes die minder dan een kalendermaand bedragen (seizoenarbeid).

Voor deeltijdse werknemers wordt het GGMMI berekend in verhouding tot het aantal gewerkte uren.

Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) voor werknemers van 18 jaar en ouder, voor werknemers onder de 18 jaar, en voor studenten onder de 21 jaar, is in de databank Minimumlonen ondergebracht in een (niet-officieel) comitι 300, waar de loonbedragen van de CAO’s van de Nationale Arbeidsraad (NAR) die betrekking hebben op het GGMMI worden verzameld.

 

Meer info: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal OverlegNationale Arbeidsraad

 


Minimum werkloosheidsuitkering:
 

bullet

Werkloosheidsuitkeringen

Tabel 15c: Brutobedragen werkloosheidsuitkeringen zonder anciλnniteitstoeslag geldig vanaf 1 september 2017

 

dag

maand

 

MIN

MAX

MIN

MAX

Samenwonende met gezinslast

 

 

 

 

-maand 1-3

47,94 €

65,48 €

1.246,44 €

1.702,48 €

-maand 4-6

47,94 €

60,44 €

1.246,44 €

1.571,44 €

-maand 7-12

47,94 €

56,33 €

1.246,44 €

1.464,58 €

-maand 13-14

47,94 €

52,64 €

1.246,44 €

1.368,64 €

-maand 15-24 (eventueel 1)

47,94 €

52,64 €

1.246,44 €

1.368,64 €

-maand 25-30 (eventueel 1)

47,94 €

51,38 €

1.246,44 €

1.335,88 €

-maand 31-36 (eventueel 1)

47,94 €

50,11 €

1.246,44 €

1.302,86 €

-maand 37-42 (eventueel 1)

47,94 €

48,85 €

1.246,44 €

1.270,10 €

-maand 43-48 (eventueel 1)

47,94 €

47,94 €

1.246,44 €

1.246,44 €

-vanaf maand 49 (eventueel 2)

47,94 €

47,94 €

1.246,44 €

1.246,44 €

Alleenwonende

 

 

 

 

-maand 1-3

39,69 €

65,48 €

1.031,94 €

1.702,48 €

-maand 4-6

39,69 €

60,44 €

1.031,94 €

1.571,44 €

-maand 7-12

39,69 €

56,33 €

1.031,94 €

1.464,58 €

-maand 13-14

39,69 €

47,20 €

1.031,94 €

1.227,20 €

-maand 15-24 (eventueel 1)

39,69 €

47,20 €

1.031,94 €

1.227,20 €

-maand 25-30 (eventueel 1)

39,69 €

45,54 €

1.031,94 €

1.184,04 €

-maand 31-36 (eventueel 1)

39,69 €

43,88 €

1.031,94 €

1.140,88 €

-maand 37-42 (eventueel 1)

39,69 €

42,23 €

1.031,94 €

1.097,98 €

-maand 43-48 (eventueel 1)

39,69 €

40,57 €

1.031,94 €

1.054,82 €

-vanaf maand 49 (eventueel 2)

39,69 €

39,69 €

1.031,94 €

1.031,94 €

Samenwonende

 

 

 

 

-maand 1-3

29,46 €

65,48 €

765,96 €

1.702,48 €

-maand 4-6

29,46 €

60,44 €

765,96 €

1.571,44 €

-maand 7-12

29,46 €

56,33 €

765,96 €

1.464,58 €

-maand 13-14

29,46 €

35,09 €

765,96 €

912,34 €

-maand 15-24 (eventueel 1)

29,46 €

35,09 €

765,96 €

912,34 €

-maand 25-30 (eventueel 1; 3)

27,72 €

32,18 €

720,72 €

836,68 €

-maand 31-36 (eventueel 1; 3)

25,98 €

29,27 €

675,48 €

761,02 €

-maand 37-42 (eventueel 1; 3)

24,24 €

26,37 €

630,24 €

685,62 €

-maand 43-48 (eventueel 1; 3)

22,50 €

23,46 €

585,00 €

609,96 €

-vanaf maand 49 (eventueel 2; 3)

20,76 €

20,76 €

539,76 €

539,76 €

(1) Afhankelijk van het aantal jaren beroepsverleden. 2 maanden bijkomend per jaar beroepsverleden. Onder bepaalde voorwaarden behoudt u het bedrag van deze fase onbeperkt.
(2) Het minimumbedrag dat steeds wordt toegekend na uitputting van het aantal maanden (1).
(3) Verhoogd tot (minstens) 2
7,94 EUR als u en uw partner uitsluitend werkloosheidsuitkeringen ontvangen en het dagbedrag van de uitkering van de partner niet meer bedraagt dan 35,09 EUR.

bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
: Volledige werkloosheid 

 

Tabel 15d: Brutobedragen werkloosheidsuitkeringen met anciλnniteitstoeslag geldig vanaf 1 september 2017 (1)

 

dag

maand

 

MIN

MAX

MIN

MAX

Samenwonende met gezinslast

50,24 €

57,50 €

1.306,24 €

1.495,00 €

Alleenwonende

45,54 €

52,64 €

1.184,04 €

1.368,64 €

Samenwonende

 

 

 

 

-van 55 tot en met 57 jaar

37,13 €

43,87 €

965,38 €

1.140,62 €

-van 58 tot en met 64 jaar

40,81 €

48,25 €

1.061,06 €

1.254,50 €

(1) Deze bedragen gelden indien u na de eerste 12 maanden werkloosheid 25 jaar beroepsverleden heeft. Heeft u dat pas in een latere fase, dan heeft u mogelijk slechts recht op een lager bedrag. Dit lagere bedrag wordt weer verhoogd als u en uw partner uitsluitend werkloosheidsuiteringen ontvangen en het dagbedrag van de uitkering van de partner niet meer bedraagt dan 35,09 EUR.

bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
: Volledige werkloosheid met anciλnniteitstoeslag

 

bullet

Inschakelingsuitkeringen (=vroegere wachtuitkeringen)

De jongeren die toegelaten worden tot de werkloosheid op basis van hun studies of een leertijd, ontvangen, na een beroepsinschakelingstijd, forfaitaire inschakelingsuitkeringen waarvan de bedragen variλren naargelang hun leeftijd en gezinstoestand (bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening).

Tabel 15e: Brutobedragen inschakelingsuitkeringen geldig vanaf 1 september 2017

 

dag

maand

Samenwonende met gezinslast (1)

46,70 €

1.214,20 €

Alleenwonende

 

 

-ouder dan 21 jaar

34,33 €

892,58 €

-van 18 tot en met 20 jaar

20,55 €

534,30 €

-jonger dan 18 jaar

13,08 €

340,08 €

Samenwonende

 

 

-'gewoon'

 

 

*vanaf 18 jaar

17,54 €

456,04 €

*jonger dan 18 jaar

11,00 €

286,00 €

-'bevoorrecht' (2)

 

 

*vanaf 18 jaar

19,15 €

497,90 €

*jonger dan 18 jaar

11,92 €

309,92 €

(1) Gedurende de eerste 16 maanden van de werkloosheid bedraagt het maandbedrag 48,53 EURO in toepassing van artikel 124, derde lid van de werkloosheidsreglementering (KB 25.11.1991).
(
2) bevoorrecht samenwonende=de werkloze+partner ontvangen uitsluitend uitkeringen.
bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
: Inschakelingsuitkeringen

 

Meer info: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening - werkloosheid

 


Leefloon:

Sinds oktober 2002 is het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum.


Tabel 15f:
Nettobedragen l
eefloon van kracht vanaf 1 juli 2018

 

per maand

per jaar

Cat. 1
Samenwonende persoon
595,13 € 7.141,58 €
Cat. 2
Alleenstaande persoon
892,70 € 10.712,38 €
Cat. 3
Persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste
1.230,27 € 14.763,19 €

bron: POD Maatschappelijke Integratie: leefloon

 

Meer info: POD Maatschappelijke Integratie

 


Minimumpensioen:


Het bedrag van het rustpensioen voor een volledige loopbaan mag niet lager zijn dan een bepaald minimum.

Vanaf 1 augustus 2016 zijn de minimumpensioenen voor loontrekkenden en zelfstandigen gelijkgeschakeld.


Tabel 15g:
Brutobedragen gewaarborgd minimumpensioen voor een volledige loopbaan vanaf 1 januari 2018

  per maand per jaar
Rustpensioen* gezinsbedrag 1.525,60 € 18.307,17 €
Rustpensioen* bedrag alleenstaande  1.220,86 € 14.650,34 €
Overlevingspensioen**  1.204,55 € 14.454,57 €

* Rustpensioen: pensioen dat wordt toegekend op basis van een persoonlijke beroepsloopbaan als werknemer, zelfstandige of personeelslid van de openbare sector
** Overlevingspensioen: een uitkering die u ontvangt voor een vroegere arbeidsperiode van uw overleden echtgeno(o)t(e)
bronnen en meer informatie:

bullet

Rijksdienst voor pensioenen : gewaarborgd minimumpensioen

bullet

Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) : pensioenen

 


Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)


De IGO vervangt sinds 1 juni 2001 het Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (GIB). Het is een bijstandsregeling die de overheid verstrekt aan ouderen die de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt hebben en die door omstandigheden geen of geen voldoende loopbaan hebben kunnen opbouwen. Vanaf 1 januari 2014 werd de wetgeving voor de IGO aangepast.

Tabel 15h: Brutobedragen inkomensgarantie voor ouderen vanaf 1 juli 2018

  per maand per jaar
Gehuwde of samenwonende (*) 730,98 €  8.771,81 €
Alleenstaande (*) 1.096,48 € 13.157,72 €

bron: Rijksdienst voor pensioenen
(*) Zie begrippen 'alleenstaande' en 'dezelfde hoofdverblijfplaats delen'

 

Meer info: Rijksdienst voor pensioenen: Inkomensgarantie voor ouderen

 


Ziekte- en invaliditeitsverzekering


Indien de periode van arbeidsongeschiktheid minder dan 1 jaar duurt, spreken we van primaire ongeschiktheid
.
Indien arbeidsongeschiktheid voortduurt na de periode van primaire ongeschiktheid, dus langer dan 1 jaar, spreken we van invaliditeit (bron: RIZIV).


Werknemers:

De uitkeringen worden begrensd door maximum- en minimumbedragen.

D
e bedragen hangen af van het tijdsstip waarop iemand arbeidsongeschikt is geworden. Ter illustratie geven we de bedragen die gelden voor een persoon die recent arbeidsongeschikt is geworden. De gedetailleerde tabellen met bedragen vindt u hier.


Tabel
15
i:
Maximum- en minimum brutobedragen uitkeringen arbeidsongeschiktheid en invaliditeit voor werknemers volgens periode van arbeidsongeschiktheid vanaf 1 juli 2018

Primaire arbeidsongeschiktheid

Maximum
Gerechtigden Met gezinslast  Zonder gezinslast  
    Alleenstaanden Samenwonenden
Arbeidsongeschiktheid vanaf 01/01/2018 83,84 €/dag 83,84 €/dag 83,84 €/dag
2.179,84 €/maand 2.179,84 €/maand 2.179,84 €/maand
26.158,08 €/jaar 26.158,08 €/jaar 26.158,08 €/jaar
Minimum (vanaf de 1ste dag van de 7e maand van de arbeidsongeschiktheid)
Gerechtigden Met gezinslast  Zonder gezinslast
    Alleenstaanden Samenwonenden
Regelmatig werknemer   58,68 €/dag 46,96 €/dag 39,98 €/dag
1.525,68 €/maand 1.220,96 €/maand 1.039,48 €/maand
18.308,16 €/jaar 14.651,52 €/jaar 12.473,76 €/jaar
Niet-regelmatig werknemer 47,32 €/dag

34,33 €/dag  

1.230,32 €/maand 892,58 €/maand
14.763,84 €/jaar 10.710,96 €/jaar
Invaliditeit*
Maximum
Gerechtigden Met gezinslast Alleenstaanden Samenwonenden
Invalide vσσr 01/04/2013** 87,25 €/dag   73,83 €/dag 53,69 €/dag  
2.268,50 €/maand 1.919,58 €/maand 1.395,94 €/maand
27.222,00 €/jaar 23.034,96 €/jaar 16.751,28 €/jaar
Invalide vanaf 01/04/2013 tot en met 31/03/2015 89,00 €/dag 75,31 €/dag 54,77 €/dag
2.314,00 €/maand 1.958,06 €/maand 1.424,02 €/maand
27.768,00 €/jaar 23.496,72 €/jaar 17.088,24 €/jaar
invalide vanaf 01/04/2015 tot en met 31/12/2017 90,11 €/dag 76,25 €/dag 55,45 €/dag
2.342,86 €/maand 1.982,50 €/maand 1.441,70 €/maand
28.114,32 €/jaar 23.790,00 €/jaar 17.300,40 €/jaar
invalide vanaf 01/01/2018 90,83 €/dag 76,86 €/dag 55,90 €/dag
2.361,58 €/maand 1.998,36 €/maand 1.453,40 €/maand
28.338,96 €/jaar 23.980,32 €/jaar 17.440,80 €/jaar
Minimum
Gerechtigden                                  Met gezinslast  Zonder gezinslast
    Alleenstaanden Samenwonenden
Regelmatig werknemer 58,68 €/dag 46,96 €/dag 39,98 €/dag
1.525,68 €/maand 1.220,96 €/maand 1.039,48 €/maand
18.308,16 €/jaar 14.651,52 €/jaar 12.473,76 €/jaar
Niet-regelmatig werknemer 47,32 €/dag 34,33 €/dag
1.230,32 €/maand 892,58 €/maand
14.763,84 €/jaar 10.710,96 €/jaar

*Bedragen voor de invaliden die arbeidsongeschikt geworden zijn vanaf 01/01/2013
**Deze rubriek betreft de buitenlands verzekerde gerechtigden die erkend zijn in invaliditeit alvorens de ongeschiktheid van 1 jaar bereikt te hebben.
opmerking: maand = dag x 26; jaar = dag x 312
bron: RIZIV
Aan arbeidsongeschikte werknemers of werklozen, wordt 1 keer per jaar bovenop de uitkering een inhaalpremie uitgekeerd.
Het gaat om een forfaitair bedrag. Is de duur van de ongeschiktheid minstens 1 jaar op 31/12 van het voorgaande jaar (N-1), is het bedrag van deze premie gelijk aan 320,54 €. Bij minstens 2 jaar ongeschiktheid op 31/12/N-1, is het bedrag van deze premie 599,20 € voor gerechtigden met gezinslast en 540,04 € voor gerechtigden zonder gezinslast.
 

Zelfstandigen:


Tabel 15
j:  Brutobedragen uitkeringen arbeidsongeschiktheid en invaliditeit van kracht vanaf 1 januari 2018

Primaire arbeidsongeschiktheid

Gerechtigde Met gezinslast Alleenstaande Samenwonende
  58,68 €/dag   46,96 €/dag 35,76 €/dag  
1.525,68 €/maand 1.220,96 €/maand 929,76 €/maand
18.308,16 €/jaar 14.651,52 €/jaar 11.157,12 €/jaar

Invaliditeit

Gerechtigde                                  Met gezinslast Alleenstaande Samenwonende
Zonder stopzetting van zijn bedrijf 58,68 €/dag   46,96 €/dag 35,76 €/dag  
1.525,68 €/maand 1.220,96 €/maand 929,76 €/maand
18.308,16 €/jaar 14.651,52 €/jaar 11.157,12 €/jaar
Met stopzetting van zijn bedrijf 58,68 €/dag   46,96 €/dag 39,98 €/dag
1.525,68 €/maand 1.220,96 €/maand 1.039,48 €/maand
18.308,16 €/jaar 14.651,52 €/jaar 12.473,76 €/jaar

opmerking: maand = dag x 26; jaar = dag x 312
bron:
RIZIV
Aan zelfstandigen waarvan de duur van de arbeidsongeschiktheid minstens 1 jaar bedraagt op 31/12 van het voorgaande jaar (N-1), wordt een inhaalpremie betaald. Het bedrag van deze premie is 216,50 €.


Meer info: RIZIV

 


Tegemoetkomingen aan personen met een handicap:


Deze tegemoetkomingen bestaan uit: inkomensvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming en tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
Ze kunnen gelijktijdig of afzonderlijk toegekend worden. Aangezien enkel de inkomensvervangende tegemoetkoming het loon vervangt, wordt deze besproken. Informatie over de integratietegemoetkoming en de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden vindt u op de website van de Directie-generaal Personen met een handicap.

bullet

Inkomensvervangende tegemoetkoming

Deze tegemoetkoming wordt toegekend aan de persoon die, wegens zijn handicap, niet in staat is meer dan een derde te verdienen van wat een gezond persoon door uitoefening van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen. Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt er rekening gehouden met de inkomsten van de persoon met een handicap, alsook van de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden vormt.


Tabel 15k: Maximale nettobedragen inkomensvervangende tegemoetkoming van kracht vanaf 1 juli 2018

per maand (1) per jaar
Categorie A*** 595,33 € 7.143,93 €
Categorie B** 892,99 € 10.715,90 €
Categorie C* 1.230,65 € 14.767,85 €

* Behoren tot categorie C: de persoon met een handicap die:
- een huishouden vormt;
- of ιιn of meerdere kinderen ten laste heeft.
**Behoren tot categorie B: de persoon met een handicap
- die alleen leeft;
- of die zelf niet behoort tot categorie C en die gedurende 3 maanden dag en nacht in een instelling verblijft
*** Behoren tot categorie A: de persoon met een handicap die niet behoort tot de categorie B, noch tot de categorie C.
bron: FOD Sociale Zekerheid: Directie-generaal Personen met een handicap
(1) opmerking: maand = jaar / 12

 

Meer info: Directie-generaal Personen met een handicap: Inkomensvervangende tegemoetkoming

 


Armoederisicogrens:


Aangezien armoede niet ιιnduidig kan gedefinieerd worden, is het niet mogelijk om ιιn geldige en exacte armoedegrens te bepalen. Elke grens is uiteraard een conventie. De standaarddefinitie voor monetaire armoede die gebruikt wordt door de Europese Commissie is vastgelegd op 60 % van het mediaan beschikbaar inkomen op individueel niveau. Mensen met een inkomen dat zich beneden deze inkomensgrens situeert, worden geconfronteerd met een armoederisico (bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium): Armoederisico en Glossarium EU-SILC).
De bedragen die vermeld zijn, zijn telkens nettobedragen.

Tabel 15l geeft een overzicht van de armoederisicopercentages gemeten met verschillende grenzen.

Tabel 15l: Spreiding rond de armoederisicogrens (armoederisicopercentage gemeten met verschillende grenzen - % van het mediaan beschikbaar inkomen), Belgiλ, EU-SILC 2017 (inkomen 2016).

  40% 50% 60% 70%
Belgiλ 3,4 % 8,3 % 15,9 % 25,4 %

bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium): EU-SILC 2017


Het beschikbaar inkomen op individueel niveau wordt afgeleid van het beschikbaar gezinsinkomen dat daartoe gecorrigeerd wordt voor de grootte van het gezin. De mediaan wordt berekend omdat deze in tegenstelling tot het gemiddelde niet beοnvloed wordt door extreme waarden, dus door uitzonderlijk hoge of lage inkomens.

De cijfers die op nationaal en Europees niveau gebruikt worden om armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen, zijn afkomstig van de EU-SILC enquκte ('European Union – Statistics on Income and Living Conditions' of 'Statistiek naar Inkomens en Levensomstandigheden').

Voor de Belgische EU-SILC gegevens bedroeg het mediane beschikbaar inkomen op individueel niveau in 2016 22.784 € netto per jaar. De armoededrempel is vervolgens gemakkelijk te berekenen: 60 % van die 22.784 € netto per jaar, maakt 13.670 € netto per jaar of 1.139 € netto per maand. Alleenstaanden waarvan het inkomen lager ligt dan dit bedrag, hebben een verhoogd armoederisico.


Tabel 15
m: Absolute waarde van de armoederisicogrenzen op basis van EU-SILC 2017 (inkomen 2016); nettobedragen

  per maand (1) per jaar
Alleenstaande 1.139 € 13.670 €
Huishouden bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen 2.392 € 28.708 €

(1) opmerking: maand = jaar / 12
bron:
Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium): EU-SILC 2017


In dit verband is het interessant het minimumloon en de minimumuitkeringen te vergelijken met de armoederisicogrens. Tabel 15n geeft een simulatie weer van de verhouding van de uitkeringen en het minimuloon tot de armoederisciogrens. De meeste minima liggen onder de armoederisicogrens.

Tabel 15n: Vergelijking hoogte uitkeringen en minimumloon met armoederisicodrempel (ARD=100), Belgiλ, 2010-2016
Berekening door FOD Sociale Zekerheid

  2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)              
Alleenstaande 92 94 91 93 93 95 95
Koppel 82 84 80 83 83 84 85
               
Inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT)              
Alleenstaande 74 76 73 75 76 77 77
Koppel met twee kinderen 66 67 65 66 67 67 68
               
Leefloon              
Alleenstaande 74 76 73 75 75 77 79
Koppel 66 68 65 67 67 68 70
Koppel met twee kinderen 67 68 66 67 67 68 69
Eιnoudergezin met twee kinderen 88 89 86 88 88 89 91
               
Pensioen (voltijdse loopbaan)              
Alleenstaande              
-rustpensioen 107 105 101 104 104 105 104
-overlevingspensioen 106 104 100 102 102 104 106
Koppel 87 87 84 86 86 88 88
               
Werkloosheid (na  6 maanden)              
Alleenstaande 86 89 85 88 88 89 90
Koppel 68 70 68 70 70 71 71
Koppel met twee kinderen 69 70 68 69 69 70 70
Eιnoudergezin met twee kinderen 86 88 85 87 87 88 88
               
Arbeidsongeschiktheidsuitkering              
Alleenstaande 102 105 101 104 104 105 104
Koppel met twee kinderen 81 83 80 82 83 83 82
               
Minimumloon              
Alleenstaande 125 126 121 123 124 125 126
Koppel met twee kinderen 87 87 84 86 86 86 87

De uitkeringen in jaar x werden afgezet ten opzichte van de armoederisicodrempel berekend op de EU-SILC survey van het jaar x+1. Voor de uitkeringen in 2015 en 2016 werd de armoederisicodrempel van EU-SILC 2015 gecorrigeerd voor de inflatie.
bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering, Vlaamse Armoedemonitor 2017, tabel 6, p. 79
.

 

Laatste aanpassing: 2/07/2018