S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

 

Hoeveel sociale woningen zijn er in BelgiŽ en hoeveel mensen staan op een wachtlijst?

Eind 2012 zijn er in Vlaanderen 147.196 sociale woongelegenheden verhuurd (of in renovatie) door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de 90 Sociale Huisvestingsmaatschappijen (SHM's). Hoewel er sinds 1996 jaarlijks gemiddeld 2.200 woningen worden bijgebouwd, waarvan drie vierde huurwoningen, voldoet het aanbod niet aan de vraag. Eind 2012 waren er 107.351 unieke kandidaat-huurders ingeschreven op de wachtlijsten van de sociale huisvestingsmaatschappijen in Vlaanderen. Ten opzichte van de voorgaande controle van de wachtlijsten -eind 2010- is er een stijging van 11.400 kandidaten (12%). (bron : VRIND 2013, p. 300)

In 2011 telden de sociale huisvestingsmaatschappijen van het Waalse Gewest 99.634 sociale woningen. Op 31 december 2012 stonden er 37.983 kandidaat-huurders op de wachtlijst (bron: Sociťtť wallonne du logement (2013), Rapport d'activitťs 2012, p.15 en p.68). In het kader van de gemeentelijke bevoegdheden inzake huisvesting 2012-2013, heeft de Regering aan de gemeenten gevraagd om te voorzien in publieke huisvesting op hun grondgebied. Volgens cijfers van februari 2009, telden de Sociťtťs de Logements du Service Public, de Direction Gťnťral Amťnagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie, de Fonds du Logement Wallon, de SVK's, de gemeenten en OCMW's in totaal 119.750 sociale woningen (transitwoningen, integratiewoningen, sociale woningen, middelgrote woningen, huisvesting voor bejaarden).  Deze woningen zijn ongelijk verspreid over de gemeenten en voldoen nog steeds niet aan de vraag voor lage inkomens huishoudens. (bronnen:mrw.wallonie.be/dgatlp Inventaire des logements publics en Carte des logements publics (en pourcentage - situation au 1er janvire 2010)
NB. Voor meer informatie over de gemeentelijke bevoegdheden inzake huisvesting, klik hier.

Op 1 januari 2012 telde de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) 39.313 sociale woningen, waarvan 35.477 bewoond. De wachtlijst voor sociale huisvesting blijft verder aangroeien, weliswaar minder sterk dan tussen 2008 - 2010. Sinds 2010 staan er meer huishoudens op de wachtlijst, dan dat er sociale woningen bewoond zijn. Als men het aantal bewoonde woningen (35.477) optelt bij het aantal personen op de wachtlijst (38.928), kan gesteld worden dat er in het Brussels Gewest vraag is naar 74.405 sociale woningen. Dit impliceert dat er slechts aan de helft van de vraag voldaan is (47,7%). Het sociale woningpark breidt wel uit met aanverwante woonformules. Op 30 september 2012 telde het Brussels Gewest 3.200 woningen die verhuurd worden door een sociaal verhuurkantoor. Dit is een stijging van 7,1% ten opzichte van 2011. (Federatie van de Sociale Verhuurkantoren in het Brussels Gewest, 2012). (bron: Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad, Welzijnsbarometer 2013, p. 65-66)


TOELICHTING:

In de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting vormt betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting een centraal gegeven.

Huurders kennen een armoederisico dat ongeveer driemaal zo hoog is als dat van eigenaars, nl. 33,1% versus 8,8%. Waalse huurders scoren opvallend slechter dan Vlaamse, nl. 42,3% versus 20,6%. Het Belgische percentage voor huurders ligt boven het EU-gemiddelde (26,4%) en dat voor eigenaars eronder (EU-27: 13,8%).

Tabel 7a: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) naar eigenaar/huurder status, BelgiŽ en gewesten en EU-27, SILC 2011 (inkomen 2010)

 

  

BelgiŽ

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-27*

eigenaar of zonder huur
 

8,8

6,8

11,3

13,8

huurder
 

33,1

20,6

42,3

26,4

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.   
* schatting van Eurostat
bronnen: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2011 en Eurostat

zie resultaten BelgiŽ en gewesten:SILC 2010, SILC 2009, SILC 2008, SILC 2007, SILC 2006, SILC 2005 en SILC 2004

 

De verhouding tussen het aantal sociale woningen (enkel huisvestingsmaatschappijen erkend door de drie gewestelijke huisvestingsmaatschappijen) en het aantal private huishoudens beliep in 2007 6,2 % (tabel 7b). Bekeken op langere termijn (sinds 1995), is er eerder sprake van een status quo.

Tabel 7b: Evolutie van het aantal sociale huurwoningen in verhouding tot het aantal private huishoudens, BelgiŽ en de gewesten, 2003-2007 (in %)

  2003 2004 2005 2006 2007

 

BelgiŽ 6,2 6,2 6,2 6,2 6,2
Brussels Hfdst. Gewest 7,9 7,9 7,8 7,8 7,7*
Vlaams Gewest 5,4 5,4 5,4 5,4  
Waals Gewest 7,2 7,1 7 7  

bronnen: NAPIncl 2008-2010, p.7; 2007: Interfederale Armoedebarometer 2011 'wonen'; *Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad, Welzijnsbarometer 2008, p. 40. In 2010 ligt deze verhouding op 7,7 % (Welzijnsbarometer 2011, p. 57) en in 2011 op 7,6% (Welzijnsbarometer 2013, p. 65).

 

Het percentage van het aantal sociale woningen in verhouding tot de totale woningmarkt varieert sterk tussen de EU-landen (tabel 7c).  Nederland is koploper met 32%, gevolgd door Oostenrijk (23%). In BelgiŽ bedraagt dit percentage 7%.


Tabel 7c:
Percentage van het aantal sociale huurwoningen in verhouding tot het totale woningpark en de totale huursector, Europese lidstaten

  % sociale huurwoningen in verhouding tot
  totaal woningpark totale huurmarkt
BelgiŽ 7 24
Bulgarije 3,1 *
Cyprus 0 *
Denemarken 19 51
Duitsland 4,6 7,8
Estland 1 25
Finland 16 53
Frankrijk 17 44
Griekenland 0 0
Hongarije 3,7 53
Ierland 8,7 41
ItaliŽ 5,3 28
Letland 0,4 2,5
Litouwen 3 43
Luxemburg 2 7
Malta 6 *
Nederland 32 75
Oostenrijk 23 56
Polen 10 64
Portugal 3,3 16
RoemeniŽ 2,3 *
SloveniŽ 6 *
Slowakije 2,6 87
Spanje 2 15

TsjechiŽ

17 *
Verenigd Koninkrijk 18 54
Zweden 18 48

* niet beschikbaar
bron: CECODHAS, Housing Europe Review 2012, tabel 4, oktober 2011, p. 24.

 

Daarnaast blijkt dat er mensen zijn die geen sociale woning kunnen aanvaarden omdat die te duur is in vergelijking met hun inkomen. Ook stelt zich soms het probleem dat mensen weigeren omdat hun contract voor een sociale woning een aantal maanden start voor de afloop van de opzegperiode van het contract van hun huidige huurwoning, waardoor ze met een dubbele huur zouden zitten ( bron: Verslag armoedebestrijding 2008-2009 - deel 2, p. 21-22).

 

Het blijft een uitdaging om de toegang tot een degelijke woning te garanderen. Het werk van het Steunpunt hieromtrent kan men vinden in de verslagen van het Steunpunt, waarvan het laatste verslag te consulteren is door hier te klikken.

 

Laatste aanpassing: 12/11/13