S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Niet-rechterlijke controlemechanismen

 

De internationale teksten gewijd aan de mensenrechten voorzien controlemechanismen die essentieel van niet-rechterlijke aard zijn (niet door rechters) meestal in de vorm van rapporten waarin de lidstaten verslag uitbrengen van de geboekte vooruitgang met betrekking tot de onderschreven engagementen, maar ook in de vorm van klachten, collectieve of individuele.

Europa

Europese Unie

bullet

Handvest van de grondrechten (18 december 2000)

Controle
->De Commissie stelt jaarrapporten op over de toepassing van het Handvest.
Lees: Jaarrapport
2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010
 

Raad van Europa

bullet

Europees Sociaal Handvest (18 oktober 1961)

bullet

Herzien Europees Sociaal Handvest (3 mei 1996)

Controle
->Het
Europees Comité voor de Sociale rechten (ECSR) maakt van twee onderscheiden procedures gebruik om de naleving van het Handvest te controleren:
1)de verslagen uitgebracht door de aangesloten Staten (rapporteringssysteem)
2)de collectieve klachten ingediend door sociale partners en sommige niet- gouvernementele organisaties (collectieve klachtenprocedure).

1)het rapporteringssysteem

De thema's van het Handvest zijn in vier groepen ingedeeld:
1. Werk, vorming en gelijke kansen
2. Gezondheid, sociale zekerheid, sociale bescherming
3. Arbeidsrechten
4. Kinderen, gezinnen, migranten
Elke staat brengt jaarlijks verslag uit over één van de vier thematieken, zoals vastgelegd in de rapporteringskalender. Zo komt elke bepaling van het Handvest om de vier jaar aan bod. Het ECSR bestudeert de verslagen en brengt conclusies uit. Bekijk de conclusies van het ECSR op de jaarlijkse rapporten van België.
Alle rapporten van België zijn te vinden op de website van het ESH.
-Het 7de nationaal rapport werd in november 2012 aan het Comité bezorgd. Het rapport gaat over gezondheid, sociale zekerheid en sociale bescherming alsook over de naleving van artikel 30 'Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting'. De conclusies zijn verschenen in december 2013.
-Het 8ste rapport werd in november 2013 aan het Comité bezorgd en gaat over over arbeidsrechten.  De conclusies zijn verschenen in december 2014.
-Het 9de rapport werd in november 2014 aan het Comité bezorgd. Dit rapport verschilt van de voorgaande. In 2014 besliste de Ministerraad om de procedure voor verslaggeving te vereenvoudigen voor de Staten die de collectieve klachtenprocedure hadden aangenomen (zie hieronder het protocol). Sindsien beoogt dit 9de rapport de collectieve klachten versus België op te volgen. De conclusies zullen verschijnen in 2016.
-Het 10de (en recentste) nationaal rapport
werd in november 2015 aan het Comité bezorgd. Het rapport gaat over 'Werk, vorming en gelijke kansen'. De conclusies zullen inb 2017 gepubliceerd worden.

Naast de officiële rapporten van de staten, brengen internationaal niet
-gouvernementele organisaties (INGO's) en vakbonden parallelle verslagen uit.

2)de collectieve klachtenprocedure
De collectieve klachtenprocedure
is ingevoerd op basis van het aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest betreffende een systeem voor collectieve klachten (9 november 1995).
Het Europees Comité van Sociale Rechten (ECSR) oordeelt of de collectieve klachten ontvankelijk zijn. Het betreft een quasi-jurisdictionele procedure.  Op basis van een verslag van het Europees Comité voor de sociale rechten zal de Ministerraad een resolutie aannemen of in geval van een inbreuk een Staat aanbevelen bepaalde maatregelen te nemen om de situatie in overeenstemming te brengen met het Handvest. Zie de lijst van klachten en de samenvattingen van de beslissingen. Drie klachten versus België, nr. 62/2010, nr. 69/2011 en nr. 75/2011, hebben betrekking op het artikel 30 'Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting'.

bullet

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (4 november 1950)

Controle
->De Commissaris voor de rechten van de mens, een onafhankelijke instantie
(een persoon om de zes jaar verkozen door de Parlementaire Vergadering), kan mogelijke tekortkomingen in de wetgeving en in de schendingen van mensenrechten in de praktijk identificeren. Deze instantie verstrekt adviezen, analyses en aanbevelingen aan de lidstaten en heeft geen enkele uitvoerende bevoegdheid. De landenrapporten, waaronder het rapport over België (het meest recente is van januari 2016), zijn te lezen op de website van de Commissaris.

Merk op dat er ook een rechterlijke controle bestaat, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de Europese rechtbank die bevoegd is om over mensenrechten bindende arresten te vellen die de staten dienen na te leven. Zie rechtspraak over de effectiviteit van rechten van mensen in armoede of bestaansonzekerheid. Het Comité van Ministers ziet toe op de uitvoering van de arresten.
 


Verenigde Naties

bullet

Universele verklaring van de rechten van de mens (10 december 1948).

De verbintenissen van de Universele verklaring van de rechten van de mens worden in twee verdragen gepreciseerd:

bullet

(1) Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) (16 december 1966)

Controle
-> Het VN Comité voor Mensenrechten houdt toezicht op de naleving van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Het behandelt de rapporten die de lidstaten voorleggen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met zogenaamde parallelrapporten die tegelijkertijd door niet-gouvernementele organisaties worden aangeleverd. Een overzicht van de periodieke rapporten die België voorlegde aan het Comité en de opvolging door het Comité zijn te lezen hier. De conclusies van het Comité op de rapporten voorgelegd door België zijn te lezen hier.

bullet

(2) Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) (16 december 1966)

Controle
-> Het VN Comité voor economische, sociale en culturele rechten ziet toe op de toepassing van het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Het werkt op dezelfde wijze als het Comité voor Mensenrechten. Een overzicht van de periodieke rapporten die België voorlegde aan het Comité en de opvolging door het Comité zijn te lezen hier. De conclusies van het Comité op de rapporten voorgelegd door België zijn te lezen hier.

Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (10 december 2008)
Controle
->Het Facultatief Protocol garandeert de implementering van een klachtenprotocol waardoor slachtoffers van schendingen van mensenrechten beroep kunnen aantekenen op internationaal niveau en klacht indienen bij de VN Comité voor economische, sociale en culturele rechten.
 

bullet

Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) (20 november 1989)

Controle
->Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind voorziet dat alle Verdragsstaten vijfjaarlijks over de vooruitgang van kinderrechten een rapport maken voor het Internationaal Comité voor de Rechten van het Kind in Genève. Dat Comité waakt voor de Verenigde Naties over de rechten van minderjarigen en over de wijze waarop elk land deze rechten toepast. De Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind (NCRK) staat sinds mei 2007 in voor onder meer de coördinatie van deze periodieke rapportering. De Belgische rapporten over het VN-Kinderrechtenverdrag zijn te vinden op de website van het NCRK.
De conclusies van het Comité op de rapporten voorgelegd door België zijn te lezen hier.

Naast het Belgische periodieke rapport ter bestemming van het VN-Comité voor de rechten van het kind, zijn er de rapporten over kinderrechten van andere instanties. Alle deze rapporten van België, zijn te vinden op de website van het NCRK.
 

Periodieke analyse van de mensenrechtensituatie in België
Het Universeel Periodiek Toezicht (UPR – Universal Periodic Review) is een toezichtsmechanisme dat bestaat uit een periodieke analyse van de mensenrechtensituatie in de 193 lidstaten van de VN. Het betreft een vorm van controle door peers, een toezicht van lidstaten op andere lidstaten, onder auspiciën van de Mensenrechtenraad. Elke lidstaat dient een vierjaarlijks rapport op te maken over de mensenrechtensituatie in zijn land. De evaluatie gebeurt op basis van het VN-Handvest, de UVRM, de mensenrechteninstrumenten waar de geëvalueerde staat partij bij is, zijn vrijwillige toezeggingen en verbintenissen en het internationaal humanitair recht dat van toepassing is.
De evaluatie zelf gebeurt in de werkgroep voor het Universeel Periodiek Toezicht, samengesteld uit 47 leden van de Mensenrechtenraad. Hun rapport wordt doorgestuurd naar de Mensenrechtenraad. De Mensenrechtenraad kan beslissen of er een follow-up noodzakelijk is. Er bestaat echter geen formeel mechanisme om niet-coöperatieve staten aan te pakken.
- Het tweede (en meest recente) Belgisch nationaal verslag voor het Universeel Periodiek Onderzoek en de rapportage van de Werkgroep Universele Periodieke Toetsing, januari 2016, kunnen hier geconsulteerd worden.
Lees de bijdrage van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting in:
Universeel periodiek onderzoek door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Tweede cyclus – 24e zitting. Compilatie van de bijdragen, juni 2015.
In de samenvatting van de mededelingen van de stakeholders aan het
universeel periodiek toezicht, opgesteld door het Hoog Commissariaat voor de mensenrechten, zijn meerdere verwijzingen opgenomen naar de werkzaamheden van het Steunpunt.
De conclusies en aanbevelingen van de lidstaten van de VN op het rapport voorgelegd door België zijn te lezen hier. De antwoorden van België op deze conclusies en aanbevelingen zijn te lezen hier.
-De rapporten betreffende de tweede doorlichting van België tijdens het Universeel Periodiek Toezicht, kunnen hier geconsulteerd worden.