Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Feiten

Mevrouw H.-C. ontvangt kinderbijslag voor haar dochter die haar studies middelbaar onderwijs beëindigt. In september, na de herexamens, haalt ze haar diploma, waarna ze niet verder studeert en werk begint te zoeken. In november vult Mevrouw H.-C. het formulier in dat ze van het kinderbijslagfonds ontving en ze antwoordt o.a. dat haar dochter niet is ingeschreven als werkzoekende. Op basis van dit formulier beslist het kinderbijslagfonds om de kinderbijslag die al werd betaald sinds het begin van het 3e trimester terug te vorderen. Het fonds oordeelt namelijk dat deze kinderbijslag onterecht werd uitgekeerd omdat het meisje een van de voorwaarden niet heeft gerespecteerd, nl. dat men in het geval men niet verder studeert zich moet inschrijven als werkzoekende. Mevrouw H.-C. is van mening dat ze deze onterecht uitgekeerde kinderbijslag niet moet terugbetalen. De zaak komt voor de arbeidsrechtbank en vervolgens voor het arbeidshof.

Beslissing

Het Hof oordeelt dat hoewel Mevrouw H.-C. formeel geen recht heeft op de uitgekeerde kinderbijslagen, zij deze niet dient terug te storten aangezien het Kinderbijslagfonds heeft gefaald in zijn informatieplicht bepaald in artikel 3 van het Sociaal handvest van de verzekerde.

Motivering

Het Hof verwijst naar de wetgeving op de kinderbijslag, waarin is bepaald dat kinderen onder de 25 jaar die niet meer studeren recht hebben op kinderbijslag op voorwaarde dat ze ingeschreven zijn als werkzoekende. Gezien die inschrijving er niet was, had Mevrouw H.-C. geen recht om kinderbijslag te trekken ten behoeve van haar dochter.

Maar het Hof stelt zich toch vragen bij het respect voor de informatieplicht van het kinderbijslagfonds, voorzien door het Sociaal handvest van de verzekerde. Artikel 3 van het Handvest bepaalt “de instellingen van sociale zekerheid zijn verplicht aan de sociaal verzekerde die daar schriftelijk om verzoekt, alle dienstige inlichtingen betreffende zijn rechten en verplichtingen te verstrekken en uit eigen beweging de sociaal verzekerde alle bijkomende informatie te verschaffen die nodig is voor de behandeling van zijn verzoek of het behoud van zijn rechten […]”. Bovendien moet de informatie worden verstrekt in een taal die toegankelijk is voor het publiek (artikel 6 van het Handvest). Het Hof is van oordeel dat de eenvoudige vraag op formulier P7 i.v.m. de afwezigheid van een inschrijving als werkzoekende niet volstaat om aan deze informatieplicht te voldoen. Het kinderbijslagfonds had volgens het Hof de sociaal verzekerde moeten informeren over het feit dat haar dochter zich moest inschrijven als werkzoekende om verder te kunnen genieten van de kinderbijslag.

Deze nalatigheid van het kinderbijslagfonds is volgens het Hof een fout die schade met zich meebracht, namelijk het verlies van de kinderbijslag. Deze schade moet worden vergoed door het fonds.

Deze beslissing was voorwerp van een cassatieberoep, dat werd verworpen door het Hof van Cassatie (Cass., 23 november 2009, nr. S.07.0115.F).

Betekenis in ruimere context

Overheidsinstanties die sociale zekerheidsprestaties verlenen dienen te voldoen aan onder andere de informatieplicht die hen is opgelegd door het Sociaal handvest van de verzekerde. Indien zij dit nalaten kan dit een fout uitmaken in de zin van artikel 1382 B.W. en aanleiding geven tot schadevergoeding.

 

Integrale tekst van de beslissing

 

Trefwoorden
Handvest van de sociaal verzekerde; Informatieplicht; Fout van het kinderbijslagfonds